| |
Bezitsvormen
- Schrijf de bezits-s aan het grondwoord vast als die combinatie niet verkeerd kan worden uitgesproken.
- het woord eindigt op een medeklinker: Joliens tas, niemands knecht, Piets pan, vaders jas
|
- het woord eindigt op een niet-uitgesproken medeklinker (behalve de s): Desprezs compositie, Delvauxs oeuvre, Rogers fiets, Sarahs jurk
|
- het woord eindigt op een toonloze /e/, zoals in de: Belgiës troeven, tantes theekransje
|
- het woord eindigt op een combinatie van klinkertekens die tot dezelfde lettergreep behoren: Disneys meesterwerk, Dubais haven, grootmoes stoel, Reynebeaus boek
|
- het woord eindigt op -é: Hergés strips, Aimés hart
|
- Schrijf een apostrof voor de bezits-s als de combinatie zonder apostrof verkeerd kan worden uitgesproken. Dat is het geval als het woord eindigt op een lettergreep met een enkele a, e (als /ee/ uitgesproken), i, o, u of y.
| baby’s nieuwe kleertjes, Chloë’s kudde, Dalí’s snor, ma’s goede raad, Manu’s offerte, Mia’s succes, Pele’s dribbel, Romeo’s liefde, Yoko’s stem |
- Laat de bezits-s weg en schrijf een apostrof als het grondwoord eindigt op een sisklank (/s/, /z/, /sj/, /zj/) of een niet-uitgesproken s. → regel 25
- het woord eindigt in de uitspraak op /s/, /z/, /sj/ of /zj/: Felix’ zoon, Flash’ ruimteschip, Iljitsj’ noodlottige einde, Inez’ kind, Joyce' boeken, Mulisch’ boek, Peruzovic’ elftal, Wannes’ lied
|
- het woord eindigt op een niet-uitgesproken s: Jacques’ baard, Louis’ hond
| | | Gepubliceerd op 11 mei 2009. Laatst gewijzigd op 12 april 2010
|
|