's Zaterdags en zaterdags zijn allebei correct, zonder verschil in betekenis. 's Zaterdags is gebruikelijker dan zaterdags.
- 's Zaterdags / Zaterdags gaat zij naar de muziekschool.
Op zaterdag en elke zaterdag zijn ook goed.
Taaladvies.net
→ Zaterdags / 's zaterdags, zondags / 's zondags
Om naar personen te verwijzen, is na een voorzetsel hen het aanbevolen voornaamwoord, niet hun: voor hen, aan hen, met hen, door hen. Na een voorzetsel kan ook het onbeklemtoonde voornaamwoord ze gebruikt worden om naar personen (of naar zaken) te verwijzen: voor ze, aan ze, met ze, door ze. De combinaties met ze zijn informeler dan die met hen.
Als er geen voorzetsel voorafgaat, wordt de keuze tussen hen of hun bepaald door de functie van het persoonlijk voornaamwoord in de zin. Doordat daar vaak twijfel over bestaat, is het in gesproken taal moeilijk om het traditionele onderscheid tussen hen en hun vol te houden. Bij twijfel kunt u het best hen kiezen. Ook het onbeklemtoonde voornaamwoord ze is heel gewoon om naar personen te verwijzen (ik heb hen / ze gezien). Ze is informeler dan hen en hun.
In verzorgde schrijftaal wordt met de functie nog iets meer rekening gehouden. Het belangrijkste verschil daarbij is het onderscheid tussen een lijdend voorwerp en een meewerkend voorwerp. Voor een lijdend voorwerp gebruiken we hen. In dat geval kan hen niet vervangen worden door een combinatie met een voorzetsel. Voor een meewerkend voorwerp is hun het correcte voornaamwoord. In dat geval kan hun vervangen worden door het voorzetsel aan in combinatie met hen.
| lijdend voorwerp |
- Ik heb hen gezien.
- Ik heb hen zien wandelen.
|
| meewerkend voorwerp |
- Ik heb het hun verteld. (Ik heb het aan hen verteld.)
- We zullen hun het boek opsturen. (We zullen het boek aan hen opsturen.)
|
Taaladvies.net
→ Hen / hun (algemeen)
→ Hen / hun (dat maakt - niet uit)
→ Hen / hun (de laatste maanden zijn - de vreselijkste dingen overkomen)
→ Hen / hun (het interesseert -)
→ Hen / hun (het ontgaat -)
→ Hen / hun (het verbaast -)
→ Hen / hun (ik heb - op de vingers getikt)
→ Hen / hun (we zijn - verregaand tegemoetgekomen)
→ Hen, hun / ze (verwijzing naar personen)
→ Hen, hun / ze (verwijzing naar zaken)
Bij verwijzing naar personen kunnen we voor het onderwerp van een zin zowel ze als zij gebruiken. Dat kan als we willen verwijzen naar een vrouwelijke persoon of naar een woord in het meervoud. Het is aan te bevelen om bij zulke verwijzingen zo veel mogelijk de gereduceerde vorm ze te gebruiken. Overmatig gebruik van de volle vorm zij maakt zowel gesproken als geschreven taal onnatuurlijk.
- (de lerares) Ze (zij) kwam gisteren in de klas.
- (de leraren/de leraressen) Ze (zij) kwamen gisteren in de klas.
- (die mensen) Ze (zij) komen elke week op bezoek.
Als het persoonlijk voornaamwoord klemtoon moet krijgen, bijvoorbeeld om een contrast uit te drukken, is alleen zij mogelijk.
- Komt zíj nu in de klas, of komt er toch iemand anders?
- Niet hij maar zij neemt deel aan de wedstrijd.
Bij verwijzing naar niet-personen kunnen we voor het onderwerp ze gebruiken. Dat kan als we willen verwijzen naar een vrouwelijk woord in het enkelvoud of naar een woord in het meervoud. Ook het voornaamwoord die is mogelijk. Vooral in geschreven taal komt ook verwijzing met de volle vorm zij voor, maar dat is geen standaardtaal.
- (de fles)
Zij Ze staat in de kast.
- (die flessen)
Zij Ze staan in de kast.
- (de kwestie)
Zij Ze werd vorige week besproken.
- (die kwesties)
Zij Ze werden vorige week besproken.
Taaladvies.net
→ Zij / ze (verwijzing naar zaken)
→ Hen, hun / ze (verwijzing naar personen)
→ Hen, hun / ze (verwijzing naar zaken)
Vervoeging:
- ik zeg, jij zegt, wij zeggen
- ik zei, jij zei, hij zei, wij zeiden
- ik heb gezegd
- een gezegd woord
In de verleden tijd is er soms twijfel over de keuze tussen zegde / zegden en zei / zeiden. Zei en zeiden zijn standaardtaal in het hele taalgebied. Zegde en zegden zijn standaardtaal in België, maar ze worden er als formeel en schrijftalig beschouwd, en ze zijn er veel minder gebruikelijk dan zei en zeiden. In Nederland worden zegde en zegden als verouderd beschouwd.
In samenstellingen en afleidingen zoals toezeggen, afzeggen en ontzeggen zijn zegde en zegden standaardtaal in het hele taalgebied.
- hij zegde / zei toe
- ze zegden / zeiden af
- ik ontzegde / ontzei hem niets
Taaltelefoon
→ In duidelijk Nederlands: Vervoeging van werkwoorden
Taaladvies.net
→ Zegden / zeiden
Algemene Nederlandse Spraakkunst (ANS)
→ Half onregelmatige werkwoorden
synoniem = substantief
Zelfstandige naamwoorden benoemen 'zelfstandigheden': ze duiden onder andere personen, concrete of abstracte zaken, eigenschappen en gebeurtenissen aan. Ze kunnen worden gecombineerd met lidwoorden (de of het), voornaamwoorden (die of dat), telwoorden en bijvoeglijke naamwoorden. Meestal kan er ook een verkleinvorm van gemaakt worden. De meeste zelfstandige naamwoorden kunnen zowel in het enkelvoud als in het meervoud voorkomen, maar er zijn er ook die alleen een enkelvoudsvorm hebben (zoals ijs, vastgoed, vee) of alleen een meervoudsvorm (zoals hersens, kapsones, paperassen).
Ook eigennamen (Boudewijn, Dordogne, Woestijnvis) zijn zelfstandige naamwoorden.
Taaladvies.net
→ Termenlijst: Zelfstandig naamwoord
Algemene Nederlandse Spraakkunst (ANS)
→ Het substantief (zelfstandig naamwoord)
Een zelfstandig werkwoord is een werkwoord dat op zichzelf – 'zelfstandig' – de betekeniskern van een werkwoordelijk gezegde vormt. In de onvoltooid tegenwoordige tijd en de onvoltooid verleden tijd wordt een zelfstandig werkwoord uitgedrukt door de persoonsvorm (Walter schrijft een brief, Walter schreef een brief). Bij samengestelde werkwoordstijden kan het zelfstandig werkwoord de vorm hebben van een voltooid deelwoord (Walter heeft een brief geschreven) of een infinitief (Walter zou een brief schrijven).
Taaladvies.net
→ Termenlijst: Werkwoord
→ Termenlijst: Hoofdwerkwoord
Algemene Nederlandse Spraakkunst (ANS)
→ Het werkwoord (verbum)
De zelfstandige naamwoorden worden traditioneel verdeeld in vrouwelijke, mannelijke en onzijdige woorden. Vrouwelijke en mannelijke zelfstandige naamwoorden zijn de-woorden; onzijdige zelfstandige naamwoorden zijn het-woorden. Dat het grammaticale geslacht kan afwijken van het biologische geslacht, blijkt uit het feit dat levende wezens ook aangeduid kunnen worden door het-woorden, bijvoorbeeld het meisje, het kind en het paard.
Het onderscheid tussen mannelijke en vrouwelijke de-woorden wordt in België nog in sterkere mate gemaakt dan in Nederland, waar veel oorspronkelijk vrouwelijke woorden nu als mannelijke woorden worden gebruikt. Daarom mogen veel de-woorden zowel vrouwelijk als mannelijk worden opgevat; bij die woorden wordt in de woordenboeken alleen het lidwoord de vermeld. Daarnaast zijn er ook de-woorden die uitsluitend mannelijk of uitsluitend vrouwelijk zijn. Achter woorden die alleen mannelijk zijn, staat in de woordenboeken de (m.). Bij woorden die alleen vrouwelijk zijn, wordt de (v.) vermeld. Een kleiner aantal woorden kan – al dan niet met betekenisverschil – zowel de-woord als het-woord zijn.
Taaladvies.net
→ Termenlijst: Woordgeslacht
→ Cluster (de / het -)
→ Idee (de / het)
→ Matras (het / de -)
→ Modem (de / het -)
→ Nuclide (de / het -)
→ Deze keer / dit keer, deze maal / ditmaal
Algemene Nederlandse Spraakkunst (ANS)
→ Genus (grammaticaal geslacht)
Een zelfstandig werkwoord is een werkwoord dat op zichzelf – 'zelfstandig' – de betekeniskern van een werkwoordelijk gezegde vormt. In de onvoltooid tegenwoordige tijd en de onvoltooid verleden tijd wordt een zelfstandig werkwoord uitgedrukt door de persoonsvorm. Bij samengestelde werkwoordstijden kan het zelfstandig werkwoord de vorm hebben van een voltooid deelwoord of een infinitief.
- Walter schrijft een brief.
- Walter schreef een brief.
- Walter heeft een brief geschreven.
- Walter zou een brief schrijven.
Een hulpwerkwoord is een werkwoord dat als 'hulp' bij het hoofdwerkwoord van de zin staat. In tegenstelling tot een zelfstandig werkwoord kan een hulpwerkwoord nooit zelfstandig voorkomen. Het komt altijd voor in combinatie met een ander werkwoord (een zelfstandig werkwoord of een koppelwerkwoord). Er zijn verschillende soorten hulpwerkwoorden, zoals hulpwerkwoorden van tijd, van modaliteit, van aspect, van het passief en van causaliteit.
- Walter heeft een brief geschreven. (= hulpwerkwoord van tijd)
- Walter moet een brief schrijven. (= hulpwerkwoord van modaliteit)
- Walter gaat een brief schrijven. (= hulpwerkwoord van aspect)
- De brief wordt geschreven door Walter. (= hulpwerkwoord van het passief)
- Walter laat de brief schrijven door zijn broer. (= hulpwerkwoord van causaliteit)
Een koppelwerkwoord is een werkwoord dat het onderwerp van een zin 'koppelt' aan een naamwoordelijk deel (een zelfstandig of een bijvoeglijk naamwoord, of een equivalent daarvan). In tegenstelling tot een zelfstandig werkwoord kan een koppelwerkwoord nooit zelfstandig voorkomen. Het komt altijd voor in combinatie met een naamwoordelijk deel. De belangrijkste koppelwerkwoorden zijn zijn, worden en blijven. Daarnaast worden ook de werkwoorden blijken, lijken, schijnen, heten, dunken en voorkomen als koppelwerkwoord gebruikt.
- Walter is lief. (lief = het naamwoordelijk deel)
- Walter wordt grootvader. (grootvader = het naamwoordelijk deel)
- Walter blijft voorzitter. (voorzitter = het naamwoordelijk deel)
- Walter lijkt te vertrouwen, maar hij is het niet. (te vertrouwen en het = het naamwoordelijk deel)
Taaladvies.net
→ Termenlijst: Werkwoord
→ Termenlijst: Hoofdwerkwoord
→ Termenlijst: Hulpwerkwoord
→ Termenlijst: Koppelwerkwoord
Algemene Nederlandse Spraakkunst (ANS)
→ Zelfstandige werkwoorden, koppelwerkwoorden en hulpwerkwoorden
De correcte uitspraak van het telwoord zeven is [zeevə(n)]. De uitspraak [zeuvə(n)] is gewestelijk en komt vooral in Nederland voor.
Bij de derde persoon enkelvoud u kan zowel u als zich gebruikt worden als wederkerend voornaamwoord. U kunt uw eigen voorkeur volgen.
- U vergist u / zich.
- U meldt u / zich aan bij de balie.
- U hebt u / hebt zich / heeft zich gemeld bij het secretariaat?
- U hebt u / hebt zich / heeft zich vergist.
Als het wederkerend voornaamwoord meteen op het persoonlijk voornaamwoord u volgt, wordt meestal zich gebruikt. Op die manier wordt de opeenvolging van twee keer u vermeden.
- Mogelijk vergist u zich.
- Meldt u zich aan bij de balie.
- Hebt u zich / heeft u zich gemeld bij het secretariaat?
- Mogelijk hebt u zich vergist.
Taaladvies.net
→ Zich / u (U hebt - vergist)
De correcte uitdrukking is op het eerste gezicht.
In de standaardtaal hebben zicht en gezicht een verschillende betekenis. Zicht betekent onder meer 'het zien, de mogelijkheid om te zien'.
- Bij mistig weer is het zicht beperkt.
Gezicht betekent onder andere 'aanblik', 'uitzicht'. In België wordt zicht soms gebruikt in uitdrukkingen waarin gezicht correct is. Dat gebruik van zicht behoort niet tot de standaardtaal.
- Het was liefde op het eerste
zicht gezicht.
- Dat is geen
zicht gezicht.
Taaladvies.net
→ Zicht / gezicht (op het eerste -)
In combinatie met u kan zowel zichzelf als uzelf gebruikt worden. U kunt uw eigen voorkeur volgen.
- Ziet u voor uzelf / zichzelf al een oplossing?
- Maakt u voor uzelf / zichzelf uit wat de beste oplossing is?
- U kunt voor uzelf / zichzelf uitmaken wat de beste oplossing is.
- Hebt u voor uzelf / zichzelf al uitgemaakt wat de beste oplossing is?
- Heeft u voor uzelf / zichzelf al uitgemaakt wat de beste oplossing is?
Als het wederkerend voornaamwoord meteen op het persoonlijk voornaamwoord u volgt, wordt meestal zichzelf gebruikt.
- Kunt u zichzelf (uzelf) in die positie verplaatsen?
Taaladvies.net
→ Zichzelf / uzelf
Het is aanbevolen om in vergelijkingen de vorm zij te gebruiken na dan en als. U kunt die vorm vinden door de zin aan te vullen met een werkwoordsvorm. Bijvoorbeeld: Jij bent jonger dan zij (is), en niet Jij bent jonger dan haar (is)*.
- Jij bent jonger dan zij.
- Wij hebben een andere auto dan zij.
- Ik ben even blij als zij.
- Stijn is (net) zo belangrijk als zij.
- Koen verdient evenveel als zij.
- Hij denkt hetzelfde als zij.
Na zoals heeft de vorm zij de voorkeur. U kunt die vorm ook in dit geval vinden door de zin aan te vullen met een werkwoordsvorm. Bijvoorbeeld: Ze is niet zoals zij (is), en niet Ze is niet zoals haar (is)*.
- Kris zingt niet zoals zij.
- We zijn al jaren op zoek naar een actrice zoals zij.
Bij werkwoorden die een oordeel of waardering uitdrukken – zoals vinden, appreciëren, achten – is zowel zij als haar mogelijk, maar dan is er een betekenisverschil.
- Ik apprecieer jou meer dan zij. (= meer dan zij jou apprecieert)
- Ik apprecieer jou meer dan haar. (= meer dan ik haar apprecieer)
- Ik apprecieer jou niet zoals zij. (= zoals zij jou apprecieert)
- Ik apprecieer jou niet zoals haar. (= zoals ik haar apprecieer)
Taaladvies.net
→ Jij / jou (als ik - was)
→ Zoals hem / zoals hij
→ Behalve ons / behalve wij
→ Tussen X en zij / hen die ...
Het is aanbevolen om in vergelijkingen de vorm zij te gebruiken na dan en als. U kunt die vorm vinden door de zin aan te vullen met een werkwoordsvorm. Bijvoorbeeld: Wij zijn jonger dan zij (zijn), en niet Wij zijn jonger dan hen (zijn)*.
- Wij zijn jonger dan zij.
- Jullie hebben een andere auto dan zij.
- Ik ben even blij als zij.
- Jullie zijn (net) zo belangrijk als zij.
- Koen en Steven verdienen evenveel als zij.
- Jij denkt hetzelfde als zij.
Na zoals heeft de vorm zij de voorkeur. U kunt die vorm ook in dit geval vinden door de zin aan te vullen met een werkwoordsvorm. Bijvoorbeeld: Wij zijn niet zoals zij (zijn), en niet Wij zijn niet zoals hen (zijn)*.
- Wij zingen niet zoals zij.
- We zijn al jaren op zoek naar acteurs zoals zij.
Bij werkwoorden die een oordeel of waardering uitdrukken – zoals vinden, appreciëren, achten – is zowel zij als hen mogelijk, maar dan is er een betekenisverschil.
- Hij apprecieert jullie meer dan zij. (= meer dan zij jullie appreciëren)
- Hij apprecieert jullie meer dan hen. (= meer dan hij hen apprecieert)
- Hij apprecieert jullie niet zoals zij. (= zoals zij jullie appreciëren)
- Hij apprecieert jullie niet zoals hen. (= zoals hij hen apprecieert)
Taaladvies.net
→ Jij / jou (als ik - was)
→ Zoals hem / zoals hij
→ Behalve ons / behalve wij
→ Tussen X en zij / hen die ...
Voor het onderwerp van een zin kan in de derde persoon meervoud het voornaamwoord ze en in beklemtoonde positie het voornaamwoord zij worden gebruikt.
- Ze hebben dat gedaan.
- Niet wij, maar zij hebben dat gedaan.
In de praktijk komt in Nederland als onderwerp dikwijls hun voor in plaats van zij, bijvoorbeeld Hun hebben dat gedaan. Dat gebruik is geen standaardtaal.
Taaladvies.net
→ Hun / zij hebben dat gedaan
Bij verwijzing naar personen kunnen we voor het onderwerp van een zin zowel ze als zij gebruiken. Dat kan als we willen verwijzen naar een vrouwelijke persoon of naar een woord in het meervoud. Het is aan te bevelen om bij zulke verwijzingen zo veel mogelijk de gereduceerde vorm ze te gebruiken. Overmatig gebruik van de volle vorm zij maakt zowel gesproken als geschreven taal onnatuurlijk.
- (de lerares) Ze (zij) kwam gisteren in de klas.
- (de leraren/de leraressen) Ze (zij) kwamen gisteren in de klas.
- (die mensen) Ze (zij) komen elke week op bezoek.
Als het persoonlijk voornaamwoord klemtoon moet krijgen, bijvoorbeeld om een contrast uit te drukken, is alleen zij mogelijk.
- Komt zíj nu in de klas, of komt er toch iemand anders?
- Niet hij maar zij neemt deel aan de wedstrijd.
Bij verwijzing naar niet-personen kunnen we voor het onderwerp ze gebruiken. Dat kan als we willen verwijzen naar een vrouwelijk woord in het enkelvoud of naar een woord in het meervoud. Ook het voornaamwoord die is mogelijk. Vooral in geschreven taal komt ook verwijzing met de volle vorm zij voor, maar dat is geen standaardtaal.
- (de fles)
Zij Ze staat in de kast.
- (die flessen)
Zij Ze staan in de kast.
- (de kwestie)
Zij Ze werd vorige week besproken.
- (die kwesties)
Zij Ze werden vorige week besproken.
Taaladvies.net
→ Zij / ze (verwijzing naar zaken)
→ Hen, hun / ze (verwijzing naar personen)
→ Hen, hun / ze (verwijzing naar zaken)
Zij die ... is correct als onderwerp van de zin.
- Zij die zichzelf niets te verwijten hebben, werpen de eerste steen.
- Zij die nu het hoofd koel houden, kunnen goede zaken doen.
- Zij die nooit iets doen, doen nooit iets verkeerd.
- Zij die gaan sterven, groeten u.
Hen die ... is correct als lijdend voorwerp in de zin.
- Hen die vielen voor het vaderland, willen wij eren.
- Wij willen hen die vielen voor het vaderland eren.
Hen die is de aanbevolen vorm na een voorzetsel.
- Voor hen die echt willen, is niets te moeilijk.
- Ter nagedachtenis van hen die voor de vrijheid hun leven gaven.
- Dit is een buitenkans voor hen die graag avontuurlijk op reis gaan!
In plaats van hen die en zij die kunt u meestal gewonere alternatieven gebruiken, zoals (al) wie, degenen die, de mensen die.
Taaladvies.net
→ Hen / hun (algemeen)
→ Tussen X en zij / hen die ...
Diens is de genitiefvorm mannelijk enkelvoud van die. De betekenis is 'van hem, van die persoon'. Diens is een nogal formeel woord, maar in sommige zinnen kan het bruikbaar zijn om verwarring te voorkomen. In de volgende zin is het zonder verdere context onduidelijk of het gaat om de broer van Hugo, de broer van Simon of de broer van iemand die eerder aan bod kwam.
- Hugo vroeg aan Simon of zijn broer al terug was.
Als het om Simons broer gaat, kunnen we dat ondubbelzinnig duidelijk maken door diens te gebruiken.
- Hugo vroeg aan Simon of diens broer al terug was.
Diens wordt vooral gebruikt in geschreven taal. In gesproken taal wordt in plaats van diens meestal die z'n gebruikt.
- Hugo vroeg aan Simon of die z’n broer terug was van het front.
We gebruiken het bezittelijk voornaamwoord haar om naar vrouwelijke woorden te verwijzen (de regering en haar standpunt) en het bezittelijk voornaamwoord zijn om naar mannelijke en onzijdige woorden te verwijzen (de koning en zijn besluit, het comité en zijn rapport).
In drie gevallen wordt dikwijls ten onrechte verwezen met haar, waar zijn het correcte verwijswoord is. Dat is het geval bij:
- onzijdige of mannelijke verzamelnamen
Voorbeelden zijn: bestuur, collectief, comité, bond, raad.
- Het bestuur verdeelt de taken onder
haar zijn leden.
- De raad moet
haar zijn beslissingen verantwoorden.
- firmanamen die geen betekenisvol kernwoord hebben
Zulke benamingen beschouwen we als onzijdig. Als we een lidwoord toevoegen, gebruiken we het onzijdige lidwoord het, bijvoorbeeld in het wereldwijd bekende Pepsi.
- Toen vierde Miele
haar zijn honderdste verjaardag.
- Plantyn meldt dat op
haar zijn website.
- namen van steden, landen en werelddelen
Zulke benamingen zijn doorgaans onzijdig: het Frankrijk van na de oorlog.
- Brussel heeft nu
haar zijn eigen strand.
- Londerzeel eert daarmee
haar zijn beroemde inwoner.
Als we de naam van een bedrijf of van een stad, land of werelddeel door een soortnaam laten voorafgaan, richt het bezittelijk voornaamwoord zich naar dat woord.
- De gemeente Londerzeel eert daarmee haar beroemde inwoner. (gemeente is een vrouwelijk woord)
- De uitgeverij Plantyn meldt dat op haar website. (uitgeverij is een vrouwelijk woord)
Bij het-woorden die naar een vrouwelijke persoon of een vrouwelijk dier verwijzen, gebruiken we meestal haar. Het biologische geslacht weegt in dat geval sterker door dan het grammaticale.
- Het meisje neemt haar fiets.
- Het afdelingshoofd viert haar verjaardag.
- Elk kippetje zoekt haar haan.
Taaltelefoon
→ In duidelijk Nederlands: Voornaamwoorden
Taaladvies.net
→ Haar / zijn (het bestuur heeft - goedkeuring uitgesproken)
→ Haar / zijn (Pepsi heeft - winst verdubbeld)
→ Haar / zijn (Venetië en - gondels)
→ Haar / zijn (wie heeft - huiswerk niet gemaakt?)
→ Zijn / haar (de stad en - inwoners)
→ Zijn / haar (de sollicitant)
→ Zijn / haar (zowel hij als zij ziet - budget krimpen)
Algemene Nederlandse Spraakkunst (ANS)
→ Mannelijke en vrouwelijke de-woorden
→ Vormovereenkomst
→ De relatie tot het antecedent
Vervoeging:
- ik ben, je bent, u bent, hij is, wij zijn
bij inversie met je/jij als onderwerp: wie ben je, dat ben jij
- ik was, wij waren
- ik ben geweest
Bij de u-vorm is er soms twijfel over de keuze tussen bent en is. De correcte vormen zijn u bent en bent u. U is en is u worden als verouderd beschouwd.
Taaltelefoon
→ In duidelijk Nederlands: Vervoeging van werkwoorden
Taaladvies.net
→ U is / bent
Het is aan te bevelen formuleringen met als te gebruiken, bijvoorbeeld als vrouw, als man, als kind.
- Als vrouw heb je minder promotiekansen.
Formuleringen met het tegenwoordig deelwoord zijnde, bijvoorbeeld vrouw zijnde, man zijnde, kind zijnde, zijn correct maar vrij formeel. Combinaties zoals als vrouw zijnde*, als man zijnde*, als kind zijnde* zijn niet correct. Het zijn contaminaties, dat wil zeggen verhaspelingen van twee woorden of uitdrukkingen met een verwante betekenis.
Taaladvies.net
→ Als man zijnde / man zijnde / als man
Vervoeging:
- ik ben, jij/u bent, hij is, wij zijn
bij inversie: ben ik, ben jij, bent u, is hij, wie is je broer
- gebiedende wijs: wees er vlug bij
- ik was, jij/u was, hij was, wij waren
- ik ben geweest
Het werkwoord willen geven we in de derde persoon enkelvoud geen -t: zij wil, wil zij. De vorm zij wilt* (of wilt zij*) is niet correct.
Bij de meeste werkwoorden bestaat de derde persoon enkelvoud van de tegenwoordige tijd uit de stam + de uitgang -t: hij vindt, hij racet, ze bevestigt, ze deletet, het hagelt, het sneeuwt. De onregelmatige werkwoorden willen, kunnen, zullen en mogen zijn daarop een uitzondering. De vorm voor de derde persoon enkelvoud is bij die werkwoorden gelijk aan die voor de eerste persoon: zij kan, zij zal, zij mag, zij wil.
Taaltelefoon
→ In duidelijk Nederlands: Vervoeging van werkwoorden
Taaladvies.net
→ Hij wilt / wil
In de standaardtaal gebruiken we zoals als voegwoord van vergelijking.
- Ik doe het nog altijd
gelijk zoals ik het op school geleerd heb.
- We zien elkaar morgen,
gelijk zoals afgesproken.
- Hij is niet geslaagd,
gelijk zoals we al vreesden.
Gelijk Zoals vroeger wordt het nooit meer.
Taaladvies.net
→ Gelijk / zoals
De correcte spelling is zoals beloofd, met een -d.
- Zoals beloofd stuur ik u een cadeautje.
Zoals beloofd is een verkorte vorm van een formulering waarin beloofd een voltooid deelwoord is, en dus met een -d wordt geschreven. De weggelaten woorden kunnen er vanuit de context gemakkelijk bij gedacht worden.
- Zoals beloofd stuur ik u een cadeautje. (= zoals ik u daarnet aan de telefoon heb beloofd)
- De gemeente zal, zoals beloofd, de bewoners informeren. (= zoals ze beloofd heeft)
In de meeste gevallen wordt zoals gebruikt in verklarende zin en is de betekenis ongeveer gelijk aan die van bijvoorbeeld. Zoals bijvoorbeeld is dan dubbelop. In dat geval moet u een van beide woorden schrappen.
- We bezoeken graag Spaanse badsteden zoals
bijvoorbeeld Salou, Alicante en Benidorm.
- Sommige van de afgebakende gebieden vertonen een grote verscheidenheid,
zoals bijvoorbeeld het centrum van Sint-Agatha-Berchem en Watermaal.
Als u zoals bijvoorbeeld kunt vervangen door net (zo)als, gebruikt u het om een vergelijking uit te drukken. In dat geval kunt u zoals en bijvoorbeeld wel combineren zonder dat het dubbelop is.
- Een toller is een lieve en leergierige hond, zoals bijvoorbeeld de bordercollie.
De formulering met net (zo)als is in die zin ook gewoon.
- Een toller is een lieve en leergierige hond, net (zo)als bijvoorbeeld de bordercollie.
In beide zinnen kunt u bijvoorbeeld ook gewoon weglaten zonder dat de betekenis verandert.
Taaladvies.net
→ Zoals bijvoorbeeld (dubbelop?)
De combinatie van zoals en enzovoort bij een opsomming is dubbelop: door het woord zoals te gebruiken, wijst u er al voldoende op dat de opsomming niet volledig is. U kunt het woord enzovoort dus beter gewoon weglaten of de opsomming niet inleiden met zoals.
- Onze laminaatvloeren zijn bestand tegen intensief gebruik zoals in kleuterscholen, kantoren, wachtkamers
, winkels enzovoort of winkels.
- Onze laminaatvloeren zijn bestand tegen intensief gebruik
zoals in kleuterscholen, kantoren, wachtkamers, winkels enzovoort.
- Hoeveel ijzer iemand nodig heeft, is afhankelijk van verschillende factoren,
zoals leeftijd, geslacht enzovoort zoals leeftijd en geslacht.
Taaladvies.net
→ Termenlijst: Tautologie
Het voegwoord zodat wordt gebruikt om een gevolg uit te drukken.
- Haar decolleté was ravijndiep, zodat ik niet hoorde wat ze zei.
- Hij stiftte de bal, zodat die met een boogje over de doelman heen ging.
Het voegwoord opdat wordt gebruikt in bijzinnen die een doel uitdrukken. Opdat is formeel en wordt niet zo vaak meer gebruikt. Meestal wordt een beknopte bijzin met om gebruikt.
- Hij deed het licht aan, opdat hij de prent beter kon zien.
- Hij deed het licht aan om de prent beter te zien.
In sommige zinnen is zowel opdat als zodat mogelijk. Het gaat dan om zinnen waarin het doel en het gevolg samenvallen.
- Rapunzel liet haar lange vlecht naar beneden hangen, opdat / zodat de prins naar boven kon klimmen.
Taaladvies.net
→ Opdat / zodat
Zomeruur is standaardtaal in België. Standaardtaal in het hele taalgebied is zomertijd. Hetzelfde geldt voor winteruur - wintertijd.
Taaladvies.net
→ Zomeruur / zomertijd
Zo'n wordt gecombineerd met enkelvoudige zelfstandige naamwoorden die telbaar zijn: zo'n kind, zo'n mooie spiegel, zo'n idee. In combinatie met meervoudige zelfstandige naamwoorden gebruiken we zulke: zulke kinderen, zulke grote ramen, zulke problemen.
Zo'n wordt in België ook gecombineerd met meervoudige zelfstandige naamwoorden. Het is niet duidelijk of zulke combinaties tot de standaardtaal in België gerekend kunnen worden. Standaardtaal in het hele taalgebied is in elk geval zulke.
- Het is de eerste keer dat ze zulke mooie resultaten kunnen voorleggen.
Enkelvoudige zelfstandige naamwoorden die niet telbaar zijn, kunnen zowel met zulk of zulke (zulk weer, zulke wijn) als met zo'n (zo'n weer, zo'n wijn) gecombineerd worden. Combinaties met zulk of zulke zijn standaardtaal in het hele taalgebied. Zo'n + een niet-telbaar zelfstandig naamwoord is standaardtaal in België.
- Zo'n / zulk streng winterweer hebben we al jaren niet meer meegemaakt.
- Zo'n / zulke wijn heb ik nog nooit gedronken.
Daarnaast wordt zo'n in de standaardtaal gebruikt in de betekenis 'ongeveer'.
- zo'n dertig cursisten, zo'n honderd brochures
Zulk een is een verouderde vorm. Het is aanbevolen om in plaats van zulk een zo'n te gebruiken.
- Zo'n vonnis kan worden bezorgd aan de gerechtsdeurwaarder.
Taaladvies.net
→ Zo'n / zulke mensen; zo'n / zulk bier
Algemene Nederlandse Spraakkunst (ANS)
→ Het gebruik van zulk(e)/zo'n/zulk een en zulks
's Zondags en zondags zijn allebei correct, zonder verschil in betekenis. 's Zondags is gebruikelijker dan zondags.
- 's Zondags / Zondags gaat zij naar de kerk, met een boek vol zilverwerk.
Op zondag en elke zondag zijn ook goed.
Taaladvies.net
→ Zaterdags / 's zaterdags, zondags / 's zondags
De correcte spelling is zonder meer, in twee woorden.
Taaladvies.net
→ Ondermeer / onder meer, zondermeer / zonder meer
Zonneslag is standaardtaal in België. Standaardtaal in het hele taalgebied is zonnesteek.
Taaladvies.net
→ Zonneslag / zonnesteek
De correcte spelling is zo nodig, in twee woorden.
- Die voetballer moest zo nodig weer zijn shirt uittrekken.
- Ik dacht dat je zo nodig moest?
- Zo nodig neem ik jouw notities er ook even bij.
De correcte spelling is zorg dragen, in twee woorden.
- Je moet goed zorg dragen voor je lichaam.
Zowel zorgen dat als ervoor zorgen dat is correct.
- Zorg (ervoor) dat je schaapjes op het droge zijn.
- Ze zorgt (ervoor) dat de avond vlot verloopt.
Taaladvies.net
→ Zorgen dat / ervoor zorgen dat
Zoudt u is een verouderde vorm. Het is aanbevolen om in plaats van zoudt u de neutrale vorm zou u te gebruiken.
Zoudt u Zou u mij meer informatie kunnen verstrekken?
Taaladvies.net
→ Zoudt / zou u
De correcte combinatie is zowel … als … De combinatie zowel … en …* is niet correct.
- Zowel talent
en als doorzettingsvermogen lag aan de basis van zijn succes.
- Zowel mijn vader
en als ikzelf hebben daaraan gewerkt.
Taaladvies.net
→ Zowel de politie als de brandweer zijn / is ter plaatse
→ Zowel de wethouders als de burgemeester is / zijn tegen het voorstel
Een onderwerp met zowel … als … dat twee enkelvoudige delen bevat, wordt bij voorkeur met een enkelvoudige persoonsvorm gecombineerd.
- Zowel talent als doorzettingsvermogen lag aan de basis van zijn succes.
Als minstens een van de delen van het onderwerp meervoud is, gebruiken we het meervoud. Dat doen we ook als de delen van het onderwerp een verschillende persoonsvorm vragen.
- Zowel de trainer als de spelers erkenden dat de tegenstander vandaag een klasse beter was.
- Zowel mijn vader als ikzelf hebben daaraan gewerkt.
Taaladvies.net
→ Zowel de politie als de brandweer zijn / is ter plaatse
→ Zowel de wethouders als de burgemeester is / zijn tegen het voorstel
Een onderwerp met zowel … als … dat twee enkelvoudige delen bevat, wordt bij voorkeur met een enkelvoudige persoonsvorm gecombineerd.
- Zowel talent als doorzettingsvermogen lag aan de basis van zijn succes.
Als minstens een van de delen van het onderwerp meervoud is, gebruiken we het meervoud. Dat doen we ook als de delen van het onderwerp een verschillende persoonsvorm vragen.
- Zowel de trainer als de spelers erkenden dat de tegenstander vandaag een klasse beter was.
- Zowel mijn vader als ikzelf hebben daaraan gewerkt.
Taaladvies.net
→ Zowel de politie als de brandweer zijn / is ter plaatse
→ Zowel de wethouders als de burgemeester is / zijn tegen het voorstel
Een onderwerp met zowel … als … dat twee enkelvoudige delen bevat, wordt bij voorkeur met een enkelvoudige persoonsvorm gecombineerd.
- Zowel talent als doorzettingsvermogen lag aan de basis van zijn succes.
Als minstens een van de delen van het onderwerp meervoud is, gebruiken we het meervoud. Dat doen we ook als de delen van het onderwerp een verschillende persoonsvorm vragen.
- Zowel de trainer als de spelers erkenden dat de tegenstander vandaag een klasse beter was.
- Zowel mijn vader als ikzelf hebben daaraan gewerkt.
Taaladvies.net
→ Zowel de politie als de brandweer zijn / is ter plaatse
→ Zowel de wethouders als de burgemeester is / zijn tegen het voorstel
Als benaming voor de windrichting schrijven we zuiden met een kleine letter.
- Deze groenten zijn afkomstig uit het zuiden van Marokko.
- Vooral ten zuiden van de Samber en de Maas blijft de sneeuw liggen.
- Vandaag waait de wind uit het zuiden.
We schrijven Zuiden met een hoofdletter als we er een geografisch, economisch of politiek gebied mee bedoelen. Het Zuiden wordt dan als een aardrijkskundige naam beschouwd. De betekenis is afhankelijk van de context: het Zuiden kan onder meer verwijzen naar België (ten opzichte van Nederland), Wallonië (ten opzichte van Vlaanderen) of de ontwikkelingslanden (dikwijls in de vaste combinatie het arme Zuiden).
- In het Noorden zeggen ze 'teerapuit', in het Zuiden zeggen we 'teerapeut'.
- In het Zuiden spraken veel mensen een Waals dialect.
- Het boek werpt een blik op eerlijke handel, het broeikaseffect en de kloof tussen het Noorden en het Zuiden.
In samengestelde aardrijkskundige namen schrijven we Zuid- met een hoofdletter: Zuid-Afrika, Zuid-Amerika, Zuid-Korea, Zuid-Italië. De afleidingen zuiders en zuidelijk worden met een kleine letter geschreven, tenzij ze deel uitmaken van een eigennaam.
- De olijfboom wordt gepromoot als ideale zuiderse sfeerschepper voor balkon en terras.
- Na de overval vluchtten de daders in zuidelijke richting.
- De Zuidelijke IJszee warmt sneller op dan de andere oceanen.
Taaltelefoon
→ Spellingsregels: Aardrijkskundige namen
Woordenlijst.org - officiële spelling
→ Leidraad: Benamingen van plaatsen, windstreken, talen, volkeren
Taaladvies.net
→ Noorden (in het - van het taalgebied) (hoofdletter?)
→ Westen (het rijke -) (hoofdletter?)
Zowel zuiders als zuidelijk is correct. Het bijvoeglijk naamwoord zuiders is standaardtaal in België en heeft een specifiekere betekenis dan zuidelijk. Zuiders verwijst naar een gevoel, een sfeer, een cultuur, een temperament of een mentaliteit die aan het zuiden of de zuiderlingen eigen is.
- In Spanje heerst een zuiderse sfeer.
- Marco is een zuiders type.
- De olijfolie geeft deze pasta een zuiders tintje.
- We werden helemaal vrolijk van de zuiderse ritmes.
- Mannen met een zuiders temperament zijn nogal populair.
Zuidelijk betekent meer algemeen 'gelegen in of behorend tot het zuiden'.
- Hij heeft een optrekje in het zuidelijk deel van Portugal.
In België is er dus een betekenisverschil tussen een zuidelijk terras (terras aan de zuidkant van een gebouw) en een zuiders terras (terras met een bepaalde sfeer). In Nederland wordt haast uitsluitend het woord zuidelijk gebruikt, ook als een bepaalde sfeer of mentaliteit bedoeld wordt.
Taaladvies.net
→ Zuiders / zuidelijk
Zo'n wordt gecombineerd met enkelvoudige zelfstandige naamwoorden die telbaar zijn: zo'n kind, zo'n mooie spiegel, zo'n idee. In combinatie met meervoudige zelfstandige naamwoorden gebruiken we zulke: zulke kinderen, zulke grote ramen, zulke problemen.
Zo'n wordt in België ook gecombineerd met meervoudige zelfstandige naamwoorden. Het is niet duidelijk of zulke combinaties tot de standaardtaal in België gerekend kunnen worden. Standaardtaal in het hele taalgebied is in elk geval zulke.
- Het is de eerste keer dat ze zulke mooie resultaten kunnen voorleggen.
Enkelvoudige zelfstandige naamwoorden die niet telbaar zijn, kunnen zowel met zulk of zulke (zulk weer, zulke wijn) als met zo'n (zo'n weer, zo'n wijn) gecombineerd worden. Combinaties met zulk of zulke zijn standaardtaal in het hele taalgebied. Zo'n + een niet-telbaar zelfstandig naamwoord is standaardtaal in België.
- Zo'n / zulk streng winterweer hebben we al jaren niet meer meegemaakt.
- Zo'n / zulke wijn heb ik nog nooit gedronken.
Daarnaast wordt zo'n in de standaardtaal gebruikt in de betekenis 'ongeveer'.
- zo'n dertig cursisten, zo'n honderd brochures
Zulk een is een verouderde vorm. Het is aanbevolen om in plaats van zulk een zo'n te gebruiken.
- Zo'n vonnis kan worden bezorgd aan de gerechtsdeurwaarder.
Taaladvies.net
→ Zo'n / zulke mensen; zo'n / zulk bier
Algemene Nederlandse Spraakkunst (ANS)
→ Het gebruik van zulk(e)/zo'n/zulk een en zulks
Vervoeging:
- ik zal, je zult / je zal, u zult / u zal, hij zal, wij zullen
- ik zou, wij zouden
Bij de je/jij- en de u-vorm is er vaak twijfel over de keuze tussen zult en zal. Je zult en je zal zijn allebei correct. Hetzelfde geldt voor u zult en u zal. De vorm zul(t) is de neutrale vorm in geschreven taal: je zult, zul je, u zult, zult u. In België is in gesproken taal ook de vorm zal neutraal; in Nederland wordt die als informeel beschouwd: je zal, zal je, u zal, zal u. Als je de betekenis van men heeft, zijn beide vormen gelijkwaardig. Bijvoorbeeld: Zoiets zul je / zal je toch niet snel overwegen.
De neutrale vorm zult komt overeen met de vorm die ook bij ge/gij wordt gebruikt: ge zult.
Vergelijkbare werkwoorden zijn kunnen en willen: je kunt / je kan, u kunt / u kan, je wilt / je wil, u wilt / u wil.
Schoonbroer en zwager hebben dezelfde betekenis, namelijk 'de broer van iemands partner' of 'de mannelijke partner van iemands zus of broer'. In ruimere zin hebben schoonbroer en zwager ook de betekenis 'de mannelijke partner van de broer of zus van iemands partner'. Zowel schoonbroer als zwager is standaardtaal, maar schoonbroer wordt hoofdzakelijk in België gebruikt, terwijl zwager vooral in Nederland gangbaar is.
Algemeen gangbaar in het hele taalgebied als aanduidingen voor aangetrouwde familieleden zijn: schoonzus, schoonmoeder, schoonvader, schoondochter, schoonzoon en schoonfamilie. Sporadisch komt ook schoonkinderen voor als verzamelnaam voor iemands schoonzoons en schoondochters.
Taaladvies.net
→ Schoonbroer, zwager
Zowel neger als zwarte is correct, maar voor steeds meer mensen heeft neger een minachtende bijklank. Als u uw boodschap neutraal wilt houden, is daarom het woord zwarte te verkiezen boven neger, bijvoorbeeld in journalistieke teksten.