Om naar personen te verwijzen, is zowel waaraan als aan wie correct. Het is aan te bevelen om in formele schrijftaal, bijvoorbeeld in zakelijke teksten, aan wie te gebruiken als u naar personen verwijst. Veel taalgebruikers beschouwen die vorm als de meest verzorgde. In gesproken taal en in informele schrijftaal is naast aan wie ook waaraan gebruikelijk.
Taaladvies.net
→ Waarmee / met wie (de mensen - ik samenwerk)
Algemene Nederlandse Spraakkunst (ANS)
→ Met expliciet antecedent
We schrijven waaraan aan elkaar als de combinatie een voornaamwoordelijk bijwoord is. Een voornaamwoordelijk bijwoord is een combinatie van een van de bijwoorden van plaats er, hier, daar, waar, ergens, nergens en overal, en een of meer voorzetselbijwoorden, bijvoorbeeld af, aan, achter, door, heen, in, mee, op, toe, uit, van, voor.
In vraagzinnen met waaraan als eerste zinsdeel kunt u het voornaamwoordelijk bijwoord waaraan herkennen aan het feit dat u het kunt vervangen door aan wat of aan wie.
- Waaraan moet je denken als je gaat trouwen? (= aan wat moet je denken als je gaat trouwen?)
In andere zinnen weet u dat het om het voornaamwoordelijk bijwoord waaraan gaat, als u van het gedeelte dat met waaraan begint, een aparte zin met daaraan kunt maken. In die zin kan daaraan worden vervangen door aan + het naamwoord waar het op slaat.
- Dat zijn de symptomen waaraan je de ziekte herkent. (mogelijk is: daaraan / aan die symptomen herken je de ziekte)
- Op deze lijst staan alle wedstrijden waaraan je hebt deelgenomen. (mogelijk is: daaraan / aan al die wedstrijden heb je deelgenomen)
In andere gevallen schrijven we waar aan in twee woorden. Waar en aan zijn dan woorden die tot een verschillend zinsdeel behoren.
- Ze werkt op een boerderij waar aan veeteelt en akkerbouw wordt gedaan. (aan hoort bij veeteelt en akkerbouw)
- Vooral in de hoogste jaren, waar aan literatuur veel aandacht wordt besteed, moet het aanbod van teksten aan strikte voorwaarden voldoen. (aan hoort bij literatuur)
Taaltelefoon
→ Spellingsregels: Combinaties met voorzetsels en bijwoorden
Taaladvies.net
→ Aaneenschrijven van voornaamwoordelijke bijwoorden (algemeen)
We schrijven waarbij aan elkaar als de combinatie een voornaamwoordelijk bijwoord is. Een voornaamwoordelijk bijwoord is een combinatie van een van de bijwoorden van plaats er, hier, daar, waar, ergens, nergens en overal, en een of meer voorzetselbijwoorden, bijvoorbeeld af, aan, achter, door, heen, in, mee, op, toe, uit, van, voor.
In vraagzinnen met waarbij als eerste zinsdeel kunt u het voornaamwoordelijk bijwoord waarbij herkennen aan het feit dat u het kunt vervangen door bij wat of bij wie.
- Waarbij kan een loopbaanadviseur je helpen? (= bij wat kan een loopbaanadviseur je helpen?)
In andere zinnen weet u dat het om het voornaamwoordelijk bijwoord waarbij gaat, als u van het gedeelte dat met waarbij begint, een aparte zin met daarbij kunt maken. In die zin kan daarbij worden vervangen door bij + het naamwoord waar het op slaat.
- Er volgde een huiszoeking waarbij nog eens zeshonderd gram marihuana werd gevonden. (mogelijk is: daarbij / bij die huiszoeking werd nog eens zeshonderd gram marihuana gevonden)
- Ken jij een dieet waarbij je alles mag eten wat je wilt? (mogelijk is: daarbij / bij dat dieet mag je alles eten wat je wilt)
In andere gevallen schrijven we waar bij in twee woorden. Waar en bij zijn dan woorden die tot een verschillend zinsdeel behoren.
- In Pisco, waar bij een aardbeving honderden mensen omkwamen, brachten vele inwoners de nacht in de openlucht door. (bij hoort bij een aardbeving)
- Iedereen wist waar bij ons het schoentje knelde. (bij hoort bij ons)
Taaltelefoon
→ Spellingsregels: Combinaties met voorzetsels en bijwoorden
Taaladvies.net
→ Aaneenschrijven van voornaamwoordelijke bijwoorden (algemeen)
We schrijven waarin aan elkaar als de combinatie een voornaamwoordelijk bijwoord is. Een voornaamwoordelijk bijwoord is een combinatie van een van de bijwoorden van plaats er, hier, daar, waar, ergens, nergens en overal, en een of meer voorzetselbijwoorden, bijvoorbeeld af, aan, achter, door, heen, in, mee, op, toe, uit, van, voor.
In vraagzinnen met waarin als eerste zinsdeel kunt u het voornaamwoordelijk bijwoord waarin herkennen aan het feit dat u het kunt vervangen door in wat of in wie.
- Waarin geloof jij? (= in wat geloof jij?)
In andere zinnen weet u dat het om het voornaamwoordelijk bijwoord waarin gaat, als u van het gedeelte dat met waarin begint, een aparte zin met daarin kunt maken. In die zin kan daarin worden vervangen door in + het naamwoord waar het op slaat.
- Overheden mogen films waarin gerookt wordt, niet subsidiëren. (mogelijk is: daarin / in die films wordt gerookt)
- Is de houding waarin je wakker wordt afhankelijk van hoe je lag toen je in slaap viel? (mogelijk is: daarin / in die houding word je wakker)
In andere gevallen schrijven we waar in in twee woorden. Waar en in zijn dan woorden die tot een verschillend zinsdeel behoren.
- Het is feest in Hasselt, waar in de Ethias Arena het Schlagerfestival plaatsvindt. (in hoort bij de Ethias Arena)
- De stad Deinze wil een muur beschermen waar in WO I onschuldige burgers werden geëxecuteerd. (in hoort bij WO I)
Taaltelefoon
→ Spellingsregels: Combinaties met voorzetsels en bijwoorden
Taaladvies.net
→ Aaneenschrijven van voornaamwoordelijke bijwoorden (algemeen)
Om naar personen te verwijzen, is zowel waarmee als met wie correct. Het is aan te bevelen om in formele schrijftaal, bijvoorbeeld in zakelijke teksten, met wie te gebruiken als u naar personen verwijst. Veel taalgebruikers beschouwen die vorm als de meest verzorgde. In gesproken taal en in informele schrijftaal is naast met wie ook waarmee gebruikelijk.
Taaladvies.net
→ Waarmee / met wie (de mensen - ik samenwerk)
Algemene Nederlandse Spraakkunst (ANS)
→ Met expliciet antecedent
We schrijven waarnaar aan elkaar als de combinatie een voornaamwoordelijk bijwoord is. Een voornaamwoordelijk bijwoord is een combinatie van een van de bijwoorden van plaats er, hier, daar, waar, ergens, nergens en overal, en een of meer voorzetselbijwoorden, bijvoorbeeld af, aan, achter, door, heen, in, mee, op, toe, uit, van, voor.
In vraagzinnen met waarnaar als eerste zinsdeel kunt u het voornaamwoordelijk bijwoord waarnaar herkennen aan het feit dat u het kunt vervangen door naar wat of naar wie.
- Waarnaar wil je informeren? (= naar wat wil je informeren?)
In andere zinnen weet u dat het om het voornaamwoordelijk bijwoord waarnaar gaat, als u van het gedeelte dat met waarnaar begint, een aparte zin met daarnaar kunt maken. In die zin kan daarnaar worden vervangen door naar + het naamwoord waar het op slaat.
- Er is één oproepnummer voor medische hulp waarnaar je 's avonds, 's nachts en in het weekend kunt bellen. (mogelijk is: daarnaar / naar dat noodnummer kun je bellen)
- Heeft de regering de twee miljard euro waarnaar ze op zoek was, gevonden? (mogelijk is: daarnaar / naar die twee miljard euro was ze op zoek)
In andere gevallen schrijven we waar naar in twee woorden. Waar en naar zijn dan woorden die tot een verschillend zinsdeel behoren.
- Onze kamer kijkt uit op een privéstrand, waar naar hartenlust kan worden gesnorkeld. (naar hoort bij hartenlust)
- Ik had me opgewonden over een opmerking van Erik Van Looy in die quiz waar naar het schijnt heel Vlaanderen naar kijkt. (naar hoort bij het schijnt)
Taaltelefoon
→ Spellingsregels: Combinaties met voorzetsels en bijwoorden
Taaladvies.net
→ Aaneenschrijven van voornaamwoordelijke bijwoorden (algemeen)
We schrijven waarop aan elkaar als de combinatie een voornaamwoordelijk bijwoord is. Een voornaamwoordelijk bijwoord is een combinatie van een van de bijwoorden van plaats er, hier, daar, waar, ergens, nergens en overal, en een of meer voorzetselbijwoorden, bijvoorbeeld af, aan, achter, door, heen, in, mee, op, toe, uit, van, voor.
In vraagzinnen met waarop als eerste zinsdeel kunt u het voornaamwoordelijk bijwoord waarop herkennen aan het feit dat u het kunt vervangen door op wat of op wie.
- Waarop wachten wij? (= op wat wachten wij?)
In andere zinnen weet u dat het om het voornaamwoordelijk bijwoord waarop gaat, als u van het gedeelte dat met waarop begint, een aparte zin met daarop kunt maken. In die zin kan daarop worden vervangen door op + het naamwoord waar het op slaat.
- Dat is de uiterste datum waarop Belgen in het buitenland zich kunnen registreren om te gaan stemmen? (mogelijk is: daarop / op die datum kunnen Belgen in het buitenland zich registeren)
- De jongeren hebben vragen bij de manier waarop ze die dag werden behandeld. (mogelijk is: op die manier werden ze die dag behandeld)
- Robert vroeg waar hij mee bezig was. Waarop Frans antwoordde dat hij het zelf niet wist. (mogelijk is: daarop / op die vraag antwoordde Frans dat hij het zelf niet wist)
In andere gevallen schrijven we waar op in twee woorden. Waar en op zijn dan woorden die tot een verschillend zinsdeel behoren.
- Het is prettig om in een klas te komen waar op deze manier wordt gewerkt. (op hoort bij deze manier)
- We hebben een bezoek gebracht aan Ground Zero, waar op 11 september 2001 de aanslagen op het World Trade Center plaatsvonden. (op hoort bij 11 september 2001)
Taaltelefoon
→ Spellingsregels: Combinaties met voorzetsels en bijwoorden
Taaladvies.net
→ Aaneenschrijven van voornaamwoordelijke bijwoorden (algemeen)
We schrijven waaruit aan elkaar als de combinatie een voornaamwoordelijk bijwoord is. Een voornaamwoordelijk bijwoord is een combinatie van een van de bijwoorden van plaats er, hier, daar, waar, ergens, nergens en overal, en een of meer voorzetselbijwoorden, bijvoorbeeld af, aan, achter, door, heen, in, mee, op, toe, uit, van, voor.
In vraagzinnen met waaruit als eerste zinsdeel kunt u het voornaamwoordelijk bijwoord waaruit herkennen aan het feit dat u het kunt vervangen door uit wat of uit wie.
- Waaruit bestaat het basispakket? (= uit wat bestaat het basispakket?)
In andere zinnen weet u dat het om het voornaamwoordelijk bijwoord waaruit gaat, als u van het gedeelte dat met waaruit begint, een aparte zin met daaruit kunt maken. In die zin kan daaruit worden vervangen door uit + het naamwoord waar het op slaat.
- De liedjes waaruit je mag kiezen, zijn meestal cliché. (mogelijk is: daaruit / uit die liedjes mag je kiezen)
- De chemische elementen vormen de bouwstenen waaruit de gehele schepping is opgebouwd. (mogelijk is: daaruit / uit die bouwstenen is de gehele schepping opgebouwd)
In andere gevallen schrijven we waar uit in twee woorden. Waar en uit zijn dan woorden die tot een verschillend zinsdeel behoren.
- Het werk zal ook hervat worden in de andere depots, waar uit solidariteit werd meegestaakt. (uit hoort bij solidariteit)
- Liefde is een onderwerp waar uit respect voor de ouders niet over gepraat wordt. (uit hoort bij respect)
Taaltelefoon
→ Spellingsregels: Combinaties met voorzetsels en bijwoorden
Taaladvies.net
→ Aaneenschrijven van voornaamwoordelijke bijwoorden (algemeen)
Om naar personen te verwijzen, is zowel waarvan als van wie correct. Het is aan te bevelen om in formele schrijftaal, bijvoorbeeld in zakelijke teksten, van wie te gebruiken als u naar personen verwijst. Veel taalgebruikers beschouwen die vorm als de meest verzorgde. In gesproken taal en in informele schrijftaal is naast van wie ook waarvan gebruikelijk.
Taaladvies.net
→ Waarmee / met wie (de mensen - ik samenwerk)
Algemene Nederlandse Spraakkunst (ANS)
→ Met expliciet antecedent
We schrijven waarvan aan elkaar als de combinatie een voornaamwoordelijk bijwoord is. Een voornaamwoordelijk bijwoord is een combinatie van een van de bijwoorden van plaats er, hier, daar, waar, ergens, nergens en overal, en een of meer voorzetselbijwoorden, bijvoorbeeld af, aan, achter, door, heen, in, mee, op, toe, uit, van, voor.
In vraagzinnen met waarvan als eerste zinsdeel kunt u het voornaamwoordelijk bijwoord waarvan herkennen aan het feit dat u het kunt vervangen door van wat of van wie.
- Waarvan zullen we leven? (= van wat zullen we leven?)
In andere zinnen weet u dat het om het voornaamwoordelijk bijwoord waarvan gaat, als u van het gedeelte dat met waarvan begint, een aparte zin met daarvan kunt maken. In die aparte zin kan daarvan worden vervangen door van + het naamwoord waar het op slaat.
- Is dit het leven waarvan je als tiener droomde? (mogelijk is: daarvan / van dit leven droomde je als tiener)
- Het is een investering waarvan ik elke dag geniet. (mogelijk is: daarvan / van die investering geniet ik elke dag)
In andere gevallen schrijven we waar van in twee woorden. Waar en van zijn dan woorden die tot een verschillend zinsdeel behoren.
- In ruimtes waar van nature veel damp aanwezig is, kun je beter geen rookmelder plaatsen. (van hoort bij nature)
- Oostende is een gezellige stad, waar van alles te beleven valt. (van hoort bij alles)
Taaltelefoon
→ Spellingsregels: Combinaties met voorzetsels en bijwoorden
Taaladvies.net
→ Aaneenschrijven van voornaamwoordelijke bijwoorden (algemeen)
Met als en wanneer kan zowel een tijdsmoment ('op het moment dat' of 'iedere keer dat') als een voorwaarde ('indien') worden uitgedrukt. Er is een stijlverschil: als is het vlotst, wanneer is wat formeler en schrijftaliger.
- Ik vind het niet leuk als / wanneer je mijn woordgebruik verbetert.
- Geef je me een seintje als / wanneer je vertrekt?
- Als / wanneer u dit proefproduct downloadt, stemt u in met de algemene voorwaarden.
- Ik stuur je de column als / wanneer hij af is.
Taaladvies.net
→ Wanneer / als (+ tegenwoordige of toekomende tijd)
De voegwoorden want en omdat zijn erg verwant, maar zijn niet helemaal gelijk.
Want is een nevenschikkend voegwoord: in de erop volgende zin staat de persoonsvorm vooraan. Omdat is een onderschikkend voegwoord: in de erop volgende bijzin staat de persoonsvorm achteraan.
- Ik open het raam want het is hier veel te warm.
- Ik open het raam omdat het hier veel te warm is.
- Hij kon niet komen want hij had geen tijd.
- Hij kon niet komen omdat hij geen tijd had.
Ook de betekenis van de voegwoorden want en omdat is niet helemaal hetzelfde. Bij want geeft de spreker een argument dat als verklaring of verantwoording kan dienen voor wat in de eerste zin is uitgedrukt. Bij omdat geeft de spreker de reden voor wat in de eerste zin is uitgedrukt. In veel contexten is zowel want als omdat mogelijk, soms kan alleen want of alleen omdat.
- Ze is er niet, want er brandt geen licht op haar kamer.
- Treuzel zo niet, want je gaat nog te laat komen.
- Hij zei me dat hij niet wilde komen omdat het regende.
Algemene Nederlandse Spraakkunst (ANS)
→ Nevenschikking met het voegwoord want
Een zin mag beginnen met want. Zinnen die beginnen met want zijn iets informeler. Voor zakelijke teksten zijn ze meestal wat minder geschikt.
Want verbindt gewoonlijk een hoofdzin met een voorafgaande hoofdzin. De twee zinnen kunnen dan één samengestelde zin vormen, maar dat hoeft niet. Het tweede deel kan ook als losse zin worden weergegeven, bijvoorbeeld om de eerste zin duidelijk als zelfstandige zin te presenteren of het alternatief met want meer nadruk te geven.
- Laat haar met rust, want anders wordt ze boos.
- Laat haar met rust. Want anders wordt ze boos.
Als de eerste zin een vraagzin is, wordt de want-zin altijd als een nieuwe zin geschreven.
- Laat je haar nu eindelijk met rust? Want anders wordt ze boos.
Taaladvies.net
→ Want aan het begin van de zin
Voor het nevenschikkende voegwoord want wordt meestal een komma gezet.
- Ze stopt met werken, want ze gaat trouwen met een miljonair.
In korte zinnen is een komma niet nodig.
- Hij stopt want hij is moe.
Het betrekkelijk voornaamwoord dat wordt gebruikt om te verwijzen naar enkelvoudige het-woorden. In de spreektaal wordt, vooral in Nederland, ook wat gebruikt om te verwijzen naar enkelvoudige het-woorden, maar dat is niet voor iedereen aanvaardbaar.
- Heb jij het boek
wat / dat ik gekocht heb, al gelezen?
- Ik wil wel eens praten met het meisje
wat / dat daar staat.
- Het huis
wat / dat ze huurt, is niet erg comfortabel.
Het betrekkelijk voornaamwoord wat wordt gebruikt om te verwijzen naar een hele zin, en als variant van de combinaties dat wat en datgene wat.
- De hooligan kwam spontaan de schade vergoeden, wat ik niet verwacht had.
- Ik was erg aangedaan door wat je vertelde.
Wat en dat zijn allebei mogelijk na woorden zoals alles, al, enige, iets, niets, veel, weinig, die vaag zijn of geen specifieke zelfstandigheid aanduiden, en na het + een overtreffende trap. Veel taalgebruikers hebben in combinatie met alles en al een voorkeur voor wat.
- Alles wat / dat ik weet, heb ik van vader geleerd.
- Er is niets wat / dat George niet weet.
- Dat is het grappigste wat / dat ik ooit heb meegemaakt.
Taaladvies.net
→ Dat / wat (alles -)
→ Dat / wat (het enige -)
→ Dat / wat (het mooiste -)
→ Wat / dat (het boek -)
→ Wat / dat (wat heeft Piet - ik niet heb?)
Hetgeen is een formeel woord dat vooral in geschreven taal wordt gebruikt. U kunt daarom beter het neutrale synoniem wat gebruiken. Hetgeen en wat zijn allebei betrekkelijke voornaamwoorden. Ze kunnen terugverwijzen naar een zin of een deel van een zin.
- Leo wil wat meer zekerheid over de opkomst, wat ik begrijpelijk vind.
- Als het waar is – wat ik betwijfel – is dat natuurlijk een slechte zaak.
Hetgeen en wat kunnen ook allebei voorkomen met een ingesloten antecedent; ze betekenen dan 'datgene wat'. U kunt hetgeen dan vervangen door wat of dat wat.
- Wat / dat wat je toen gezegd hebt, zal ik nooit vergeten.
- Ik wil me graag aansluiten bij wat / dat wat mevrouw Vermaerke heeft gezegd.
Taaltelefoon
→ In duidelijk Nederlands: Woordgebruik
Taaladvies.net
→ Hetgeen / wat
Algemene Nederlandse Spraakkunst (ANS)
→ Het gebruik van hetgeen
Welk en welke worden gewoonlijk met een zelfstandig naamwoord gecombineerd: na welk volgt een het-woord; na welke een de-woord of een meervoudig woord. Op wat volgt geen zelfstandig naamwoord.
- Welk kapsel past bij mij?
- Welke kleur gaan jullie kiezen voor de badkamer?
- Welke talen spreek je?
- Wat is de naam van je kindje?
Soms wordt welk zonder zelfstandig naamwoord gebruikt. Dat gebruik is niet voor iedereen aanvaardbaar. Het is aan te bevelen in de standaardtaal wat te gebruiken.
Welk Wat is je lievelingskleur?
Welk(e) is wel correct − en zelfs de enige juiste mogelijkheid − als datgene waarnaar wordt gevraagd al eerder (in de tekst) ter sprake is gekomen. Er wordt dan gevraagd een keuze te maken uit verschillende mogelijkheden. Welk(e) lijkt in deze zinnen zonder zelfstandig naamwoord gebruikt te zijn, maar het zelfstandig naamwoord is weggelaten om herhaling te voorkomen.
- Ik heb drie boeken voor je gekocht. Welk wil je het eerst lezen? (= welk boek)
- Op deze kleurkaart staan heel wat bruintinten. Welke is je lievelingskleur?
(= welke bruintint)
Taaladvies.net
→ Welke / welk / wat
Voor het onderwerp van een zin kunnen we zowel we als wij gebruiken. Het is aan te bevelen om daarvoor zo veel mogelijk de gereduceerde vorm we te gebruiken. Overmatig gebruik van de volle vorm wij maakt zowel gesproken als geschreven taal onnatuurlijk. In zakelijke teksten zoals rapporten, brieven en e-mails is het dus af te raden om uitsluitend de vorm wij te schrijven om naar uzelf of naar uw organisatie te verwijzen.
- We (wij) komen in onze klas.
- Hebben we (wij) die facturen al betaald?
- (in een zakelijke brief) We hebben uw klacht onderzocht en we zijn tot het besluit gekomen dat we u voor het volledige bedrag van de onkosten kunnen vergoeden.
Als het persoonlijk voornaamwoord klemtoon moet krijgen, bijvoorbeeld om een contrast uit te drukken, is alleen wij mogelijk.
- Moeten wíj nu in die klas komen, of komt er toch iemand anders?
- Niet wij maar zij beslissen daarover.
Taaladvies.net
→ Volle en gereduceerde vormen van persoonlijke en bezittelijke voornaamwoorden (algemeen)
synoniem = reflexief pronomen
Wederkerende voornaamwoorden komen voor bij werkwoorden die met zich gecombineerd worden, zoals zich wassen en zich vergissen. Bij wederkerende werkwoorden keert de werking die uitgedrukt wordt, terug naar de persoon of zaak waarvan ze uitgaat.
- ik was me/mij
- jij wast je; u wast u/zich
- hij/zij wast zich
- wij wassen ons
- jullie wassen je
- zij wassen zich
De wederkerende voornaamwoorden kunnen versterkt worden met zelf: mezelf, jezelf, zichzelf enzovoort.
Taaladvies.net
→ Wederkerend / wederkerig voornaamwoord
→ Zichzelf / uzelf
→ Jezelf / je zelf
→ Zich / u (U hebt - vergist)
→ Zich / u (U vergist -)
Algemene Nederlandse Spraakkunst (ANS)
→ Het wederkerend voornaamwoord (reflexief pronomen)
synoniem = reciprook pronomen
De wederkerige voornaamwoorden zijn elkaar en mekaar. Wederkerige voornaamwoorden geven aan dat de werking die uitgedrukt wordt, heen en weer gaat tussen verschillende personen of zaken.
- Laurel en Hardy groeten elkaar.
Het wederkerig voornaamwoord elkaar verwijst in dit geval naar Laurel en Hardy. De werking – het groeten – gaat in twee richtingen: Laurel groet Hardy en Hardy groet Laurel.
Taaladvies.net
→ Wederkerend / wederkerig voornaamwoord
→ Mekaar / elkaar
Algemene Nederlandse Spraakkunst (ANS)
→ Het wederkerig voornaamwoord (reciprook pronomen)
In België komt terug vaak voor in de betekenis 'weer, opnieuw, nogmaals'. Het is niet duidelijk of we terug in die betekenis al dan niet tot de standaardtaal in België kunnen rekenen. Standaardtaal in het hele taalgebied zijn in elk geval weer, opnieuw, alweer en nogmaals.
- Volgende maand ga ik weer / opnieuw sporten.
- Er wordt weer / opnieuw gedanst in de Crazy Horse.
- Nu regent het weer / opnieuw!
Terug is wel correct als er sprake is van een beweging naar de plaats van herkomst of naar het uitgangspunt.
- Veronique is net terug uit Cuba.
- Hij wil zijn ex terug.
- Ze heeft spijt van haar beslissing, maar ze kan niet meer terug.
Terug komt ook vaak voor als eerste deel van samengestelde werkwoorden en zelfstandige naamwoorden die ervan zijn afgeleid.
- terugdeinzen, terugbellen, terugbrengen, terugkomen, terugkrijgen, terugzien
- terugkoppeling, terugverwijzing, terugbetaling
Taaladvies.net
→ Terug / opnieuw, nogmaals, (al)weer
Weeral* is geen standaardtaal. Correct is alweer.
In de betekenis 'opnieuw, nogmaals' wordt alweer in één woord geschreven. Al is in dat woord een versterking van weer. De klemtoon ligt in alweer op weer.
- Zij is daar alweer met nieuwe vragen.
- Hij komt alweer te laat.
De combinatie al weer komt ook als twee losse woorden voor. In die combinatie heeft al nog een zelfstandige betekenis ('reeds'). De klemtoon ligt in al weer op al.
- Hij is al weer bezig met een nieuw boek.
- Dat is nu al weer vijf weken geleden.
In vraagzinnen komt al weer ook voor in de uitdrukking ook al weer.
- Hoe heet die bekende fotograaf ook al weer?
Taaladvies.net
→ Al weer / alweer
Weerhouden betekent in de standaardtaal 'afhouden van, tegenhouden'.
- Zijn zwakke hart weerhield hem ervan beroepsrenner te worden.
- Onze voetbalploeg laat zich door de sneeuw niet weerhouden.
- Wat weerhoudt me ervan hem een muilpeer te verkopen?
In België komt weerhouden ook geregeld voor in allerlei andere betekenissen, maar die zijn geen standaardtaal. Weerhouden is geen standaardtaal als synoniem van onder andere in overweging nemen, rekening houden met, in aanmerking nemen, in aanmerking komen, ingaan op, gevolg geven aan, kiezen, selecteren, aanwijzen, aanvaarden, onthouden, ophouden, verhinderd zijn. Het werkwoord weerhouden kan in die betekenissen ook tot verwarring of misverstanden leiden omdat het begrepen kan worden als het tegendeel van wat er eigenlijk mee bedoeld is. De zin Uw kandidatuur werd weerhouden zal door sommigen bijvoorbeeld negatief worden geïnterpreteerd ('afgewezen'), door anderen positief ('geselecteerd').
- We hebben alle bezwaarschriften
weerhouden in overweging genomen.
- Uw brief heeft onze volle aandacht
weerhouden gekregen.
- Bij die sollicitatieprocedure werd geen enkele kandidaat
weerhouden in aanmerking genomen.
- Het parket maakte bekend dat
er aan geen enkele klacht tegen de bankdirecteur weerhouden werd gevolg gegeven werd.
- Wij moeten u melden dat u niet
weerhouden bent gekozen bent voor deze functie.
- We zullen de
weerhouden geselecteerde kandidaten uitnodigen voor een gesprek.
- Ik ben
weerhouden verhinderd voor die bijeenkomst.
Taaladvies.net
→ Weerhouden
Als weinige naar personen verwijst en zelfstandig gebruikt wordt, schrijven we weinigen. Weinige is zelfstandig gebruikt als er niet meteen een zelfstandig naamwoord op volgt en weinige ook niet aangevuld kan worden met een zelfstandig naamwoord uit dezelfde zin of de zin die onmiddellijk voorafgaat. In de constructies weinige van ... en weinige onder ... schrijven we altijd een meervoudsuitgang -n als er naar personen wordt verwezen. In die constructie is weinige altijd zelfstandig gebruikt.
- Weinigen doen het hem na.
- Velen zijn geroepen, maar weinigen uitverkoren.
- Als een van de weinigen van de klas wist hij mijn naam vanaf het begin te onthouden.
- Slechts weinigen van ons voelden zich aangesproken.
In de constructie weinige van ... is zowel de vorm met -n als zonder -n correct als er na van met een meervoudig zelfstandig naamwoord wordt verwezen naar personen.
- Weinigen / weinige van de aanwezigen in de rechtszaal hadden ervaring met een getuigenverhoor.
In de andere gevallen schrijven we altijd weinige.
- Slechts weinige van de rotstekeningen zijn nog intact. (geen persoon)
- De weinige toeschouwers hebben het zich niet beklaagd. (bijvoeglijk gebruik, bij toeschouwers)
- Er woont niemand meer in de weinige dorpen die je passeert. (bijvoeglijk gebruik, bij dorpen)
- Vele supporters bleven achter hun ploeg staan en maar weinige riepen boe. (= weinige supporters)
Taaltelefoon
→ Spellingsregels: Meervouden
Taaladvies.net
→ Enige(n), enkele(n)
→ De meeste / meesten van de aanwezige leden
→ Enkele / enkelen van hen
→ Sommige / sommigen van de medewerkers
→ Beide / beiden
→ Onder andere / onder anderen
Weleens wordt bijna altijd aaneengeschreven. Het gaat dan om de betekenissen 'soms', 'ooit', 'heel graag'.
- Een kleine vonk ontsteekt weleens een grote brand.
- Iedereen heeft weleens wat gestolen.
- Daar wil ik ook weleens op vakantie gaan!
Als wel met extra klemtoon wordt uitgesproken, schrijven we wel eens los. Er wordt dan met wel een tegenstelling uitgedrukt. De spelling wél eens is dan ook mogelijk.
- Hij zegt van niet, maar ik ben wel eens bij hem op bezoek geweest.
Taaladvies.net
→ Weleens / wel eens
Het betrekkelijk voornaamwoord welke is formeel. Het is aan te bevelen om het betrekkelijk voornaamwoord die te gebruiken bij enkelvoudige de-woorden en bij meervoudige woorden.
- De fiets die ik een jaar geleden kocht, is al stuk.
- Wie zijn de personen die in aanmerking komen voor een sporttrofee van het gemeentebestuur?
Na voorzetsels als krachtens, volgens, vanaf, tijdens is het gebruik van welke soms niet te vermijden.
- De voorstelling tijdens welke ik in slaap viel.
Ook om de opeenvolging die die te vermijden, kan in geschreven taal die welke worden gebruikt. Vaak is ook een andere formulering mogelijk.
- De nieuwe verklaringen stemmen niet overeen met die die / die welke eergisteren werden afgelegd.
- De nieuwe verklaringen stemmen niet overeen met de verklaringen die eergisteren werden afgelegd.
Taaladvies.net
→ Welke (de regels -)
Welk en welke worden gewoonlijk met een zelfstandig naamwoord gecombineerd: na welk volgt een het-woord; na welke een de-woord of een meervoudig woord. Op wat volgt geen zelfstandig naamwoord.
- Welk kapsel past bij mij?
- Welke kleur gaan jullie kiezen voor de badkamer?
- Welke talen spreek je?
- Wat is de naam van je kindje?
Soms wordt welk zonder zelfstandig naamwoord gebruikt. Dat gebruik is niet voor iedereen aanvaardbaar. Het is aan te bevelen in de standaardtaal wat te gebruiken.
Welk Wat is je lievelingskleur?
Welk(e) is wel correct − en zelfs de enige juiste mogelijkheid − als datgene waarnaar wordt gevraagd al eerder (in de tekst) ter sprake is gekomen. Er wordt dan gevraagd een keuze te maken uit verschillende mogelijkheden. Welk(e) lijkt in deze zinnen zonder zelfstandig naamwoord gebruikt te zijn, maar het zelfstandig naamwoord is weggelaten om herhaling te voorkomen.
- Ik heb drie boeken voor je gekocht. Welk wil je het eerst lezen? (= welk boek)
- Op deze kleurkaart staan heel wat bruintinten. Welke is je lievelingskleur?
(= welke bruintint)
Taaladvies.net
→ Welke / welk / wat
Strikt genomen moet de persoonsvorm in de onderstaande zin in het enkelvoud staan, maar het gebruik van het meervoud wordt niet meer als fout beschouwd.
- De bewoners werd / werden erop gewezen dat roken in de trappenhal verboden is.
In de bovenstaande zin wordt de persoonsvorm vaak in het meervoud gezet omdat de bewoners voor het onderwerp wordt aangezien. Dat komt doordat dat zinsdeel op de eerste zinsplaats staat. Als u het woordje er vooraan zet, blijkt dat alleen het enkelvoud mogelijk is en de bewoners dus eigenlijk niet het onderwerp kan zijn: Er werd de bewoners op gewezen dat roken in de trappenhal verboden is. Als er niet op de eerste zinsplaats staat, ervaren de meeste taalgebruikers in de bovenstaande zin de meervoudsvorm niettemin ook als correct.
Taaladvies.net
→ Congruentieproblemen met een als onderwerp gevoeld meewerkend voorwerp (algemeen)
→ Verzocht (reizigers worden / wordt -)
→ Wijzen op (de kandidaten worden / wordt erop gewezen dat …)
Strikt genomen moet de persoonsvorm in de onderstaande zinnen in het enkelvoud staan, maar het gebruik van het meervoud wordt niet meer als fout beschouwd.
- De deelnemers werd / werden verzocht zo snel mogelijk te antwoorden.
- De bewoners werd / werden aangeraden ramen en deuren dicht te houden.
In de bovenstaande zinnen wordt de persoonsvorm vaak in het meervoud gezet omdat de deelnemers en de bewoners voor het onderwerp worden aangezien. Dat komt doordat die zinsdelen op de eerste zinsplaats staan. Als u die zinsdelen laat voorafgaan door het voorzetsel aan, wordt het duidelijk dat ze eigenlijk geen onderwerp maar meewerkend voorwerp zijn: Aan de deelnemers werd verzocht zo snel mogelijk te antwoorden; Aan de bewoners werd aangeraden ramen en deuren dicht te houden. Het onderwerp is datgene wat wordt verzocht en aangeraden, namelijk zo snel mogelijk te antwoorden en ramen en deuren dicht te houden. Hoewel dus strikt genomen alleen een enkelvoudige persoonsvorm juist is, ervaren de meeste taalgebruikers in de bovenstaande zinnen ook de meervoudsvorm als correct.
Taaladvies.net
→ Congruentieproblemen met een als onderwerp gevoeld meewerkend voorwerp (algemeen)
→ Verzocht (reizigers worden / wordt -)
→ Wijzen op (de kandidaten worden / wordt erop gewezen dat …)
In de betekenis 'zonder werk' kunnen werkloos en werkeloos allebei worden gebruikt, maar werkloos is de gebruikelijkste vorm.
- Mijn vader is al jaren werkloos.
Werkeloos wordt vooral gebruikt in de betekenis 'zonder iets te doen'. In die betekenis is werkloos niet gebruikelijk.
- De omstanders keken werkeloos toe toen die bullebak haar een paar klappen gaf.
Taaladvies.net
→ Werkeloos / werkloos
synoniem = verbum
Een werkwoord is een woord dat heel algemeen gezegd een werking uitdrukt, bijvoorbeeld een activiteit (lezen, schrijven), een gebeuren (plaatsvinden, ontstaan), het verkeren in een bepaalde toestand (staan, hangen). Kenmerkend voor werkwoorden is dat ze kunnen worden vervoegd: ze ondergaan vormveranderingen die tijd (ik loop, ik liep), persoon (ik loop, jij loopt, hij loopt) en getal (ik loop, wij lopen) uitdrukken.
Er worden drie hoofdgroepen onderscheiden: zelfstandige werkwoorden, koppelwerkwoorden en hulpwerkwoorden.
Een zelfstandig werkwoord is een werkwoord dat op zichzelf – 'zelfstandig' – de betekeniskern van een werkwoordelijk gezegde vormt. In de onvoltooid tegenwoordige tijd en de onvoltooid verleden tijd wordt een zelfstandig werkwoord uitgedrukt door de persoonsvorm (Walter schrijft een brief, Walter schreef een brief). Bij samengestelde werkwoordstijden kan het zelfstandig werkwoord de vorm hebben van een voltooid deelwoord (Walter heeft een brief geschreven) of een infinitief (Walter zou een brief schrijven).
Een koppelwerkwoord is een werkwoord dat het onderwerp van een zin 'koppelt' aan een naamwoordelijk deel (een zelfstandig of een bijvoeglijk naamwoord, of een equivalent daarvan). In tegenstelling tot een zelfstandig werkwoord kan een koppelwerkwoord nooit zelfstandig voorkomen. Het komt altijd voor in combinatie met een naamwoordelijk deel. De belangrijkste koppelwerkwoorden zijn zijn, worden en blijven. Daarnaast worden ook de werkwoorden blijken, lijken, schijnen, heten, dunken en voorkomen als koppelwerkwoord gebruikt.
Een hulpwerkwoord is een werkwoord dat als 'hulp' bij een ander werkwoord staat. Het komt dus altijd voor in combinatie met een zelfstandig werkwoord of een koppelwerkwoord. Er zijn verschillende soorten hulpwerkwoorden, zoals hulpwerkwoorden van tijd (hebben, zijn, zullen), van modaliteit (blijken, dunken, heten, hoeven, kunnen, lijken, moeten, mogen, schijnen, voorkomen, willen), van aspect (beginnen, gaan, (aan het + infinitief) zijn, blijven), van het passief (worden, zijn) en van causaliteit (doen, laten).
Taaladvies.net
→ Termenlijst: Werkwoord
→ Termenlijst: Hulpwerkwoord
→ Termenlijst: Koppelwerkwoord
→ Termenlijst: Hoofdwerkwoord
Algemene Nederlandse Spraakkunst (ANS)
→ Het werkwoord (verbum)
De werkwoordelijke eindgroep is de opeenvolging van werkwoordsvormen aan het eind van een hoofd- of bijzin. De persoonsvorm van een hoofdzin maakt nooit deel uit van de werkwoordelijke eindgroep. In verzorgde schrijftaal staat een voltooid deelwoord bij voorkeur vooraan of achteraan in de werkwoordelijke eindgroep. In de onderstaande voorbeelden is de werkwoordelijke eindgroep telkens cursief en het voltooid deelwoord vet gezet.
| liever niet |
maar wel |
| Max zei dat hij het zo zou gedaan hebben. |
Max zei dat hij het zo gedaan zou hebben. Max zei dat hij het zo zou hebben gedaan. |
| Ik zou het zelf zo willen gezegd hebben. |
Ik zou het zelf zo gezegd willen hebben. Ik zou het zelf zo willen hebben gezegd. |
| Ik denk dat ze moeten verzorgd worden. |
Ik denk dat ze verzorgd moeten worden. Ik denk dat ze moeten worden verzorgd. |
| Zij zullen moeten verzorgd worden. |
Zij zullen verzorgd moeten worden. Zij zullen moeten worden verzorgd. |
In gesproken taal is het niet zo storend als u het voltooid deelwoord in het midden van de werkwoordelijke eindgroep plaatst, maar in verzorgde schrijftaal kunt u beter het bovenstaande principe toepassen.
Het eerste deel van een scheidbaar samengesteld werkwoord, bijvoorbeeld af van afnemen, behoort tot de werkwoordelijke eindgroep. Als het van het werkwoord gescheiden wordt, staat het bij voorkeur helemaal vooraan in de eindgroep. In geschreven taal komt de gescheiden volgorde minder vaak voor dan in gesproken taal.
| liever niet |
maar wel |
| Ernie vond dat hij Bert dat speelgoed had af moeten nemen. |
Ernie vond dat hij Bert dat speelgoed af had moeten nemen. Ernie vond dat hij Bert dat speelgoed had moeten afnemen. |
| Philomena zei dat Rosa haar had uit zitten schelden. |
Philomena zei dat Rosa haar uit had zitten schelden. Philomena zei dat Rosa haar had zitten uitschelden. |
| Louise zei dat ik de bestelling had terug moeten sturen. |
Louise zei dat ik de bestelling terug had moeten sturen. Louise zei dat ik de bestelling had moeten terugsturen. |
Niet-werkwoordelijke elementen zetten we in verzorgde schrijftaal bij voorkeur niet tussen de delen van een werkwoordelijke eindgroep. U kunt niet-werkwoordelijke elementen altijd vlak vóór de werkwoordelijke eindgroep plaatsen. In de onderstaande voorbeelden is de werkwoordelijke eindgroep telkens cursief en het niet-werkwoordelijk deel vet gezet.
| liever niet |
maar wel |
| Janne had beloofd dat ze zou aanwezig zijn. |
Janne had beloofd dat ze aanwezig zou zijn. |
| Ik weet niet hoeveel mensen er nog zouden toestemming krijgen. |
Ik weet niet hoeveel mensen er nog toestemming zouden krijgen. |
| Ze zullen pas morgen kunnen op reis gaan. |
Ze zullen pas morgen op reis kunnen gaan. |
| Sergey vroeg of hij dat mocht op zijn eentje doen. |
Sergey vroeg of hij dat op zijn eentje mocht doen. |
| Dat is iets waar ik liever niet wil op reageren. |
Dat is iets waar ik liever niet op wil reageren. Dat is iets waarop ik liever niet wil reageren. |
| Dat is iets waar ik niet hoef op te reageren. |
Dat is iets waar ik niet op hoef te reageren. Dat is iets waarop ik niet hoef te reageren. |
In gesproken taal is het niet zo storend als u de werkwoordelijke eindgroep doorbreekt door er een niet-werkwoordelijk element in op te nemen, maar in verzorgde schrijftaal kunt u beter het bovenstaande principe toepassen.
Taaladvies.net
→ Werkwoordvolgorde in werkwoordgroepen: groepen van twee werkwoorden (algemeen)
→ Werkwoordvolgorde in werkwoordgroepen: groepen van drie of meer werkwoorden (algemeen)
De stam van een werkwoord is de vorm die we horen als we de uitgang -en (soms -n) van de infinitief weglaten. Het is de basisvorm van een werkwoord, waarop we ons baseren als we het werkwoord vervoegen.
- vinden: vind [vind]
- zingen: zing [zing]
- sturen: stuur [stuur]
- raden: raad [raad]
- komen: kom [kom]
- zetten: zet [zet]
- gaan: ga [gaa]
Er zijn twee soorten gevallen waarover verwarring kan bestaan: als de infinitief eindigt op -ven of -zen, eindigt de stam in de uitspraak op v of z, maar schrijven we op het einde f of s. In de vervoegde vormen schrijven we ook f of s (ze belooft, hij verhuisde), behalve aan het begin van een lettergreep: daar schrijven we wel v of z (we belo-ven, ze verhui-zen).
- beloven: beloof [beloov]: ik beloof, hij belooft, ik beloofde, ze hebben beloofd, we beloven
- verhuizen: verhuis [verhuiz]: ik verhuis, hij verhuist, ze verhuisde, ze zijn verhuisd, ze verhuizen
Taaltelefoon
→ Spellingsregels: Stam
Woordenlijst.org - officiële spelling
→ Leidraad: Zoek de stam
Taaladvies.net
→ Termenlijst: Stam
Algemene Nederlandse Spraakkunst (ANS)
→ De stam
synoniem = tempus (enkelvoud), tempora (meervoud)
Werkwoorden komen in verschillende tijden voor. We maken een onderscheid tussen tegenwoordige, verleden en toekomende tijden. We maken ook een onderscheid tussen onvoltooide en voltooide tijden: tijden zonder voltooid deelwoord tegenover tijden met een voltooid deelwoord (zoals gesnurkt, gebleven). In het totaal onderscheiden we acht werkwoordstijden.
- de onvoltooid tegenwoordige tijd, o.t.t. (het presens): ik snurk, ik blijf;
- de onvoltooid verleden tijd, o.v.t. (het imperfectum): ik snurkte, ik bleef;
- de voltooid tegenwoordige tijd, v.t.t. (het perfectum): ik heb gesnurkt, ik ben gebleven;
- de voltooid verleden tijd, v.v.t. (het plusquamperfectum): ik had gesnurkt, ik was gebleven;
- de onvoltooid tegenwoordig toekomende tijd, o.t.t.t. (het futurum): ik zal snurken, ik zal blijven;
- de voltooid tegenwoordig toekomende tijd, v.t.t.t. (het futurum exactum): ik zal gesnurkt hebben, ik zal gebleven zijn;
- de onvoltooid verleden toekomende tijd, o.v.t.t. (het futurum praeteriti): ik zou snurken, ik zou blijven;
- de voltooid verleden toekomende tijd, v.v.t.t. (het futurum exactum praeteriti): ik zou gesnurkt hebben, ik zou gebleven zijn.
Taaltelefoon
→ In duidelijk Nederlands: Vervoeging van werkwoorden
→ Spellingsregels: Werkwoorden
Woordenlijst.org - officiële spelling
→ Leidraad: Werkwoorden
Taaladvies.net
→ Termenlijst: Werkwoordstijden
→ Werkwoordstijd in verslag
→ Afwisseling van werkwoordstijden
→ Werkwoorden met een zwakke en een sterke vervoeging (algemeen)
Algemene Nederlandse Spraakkunst (ANS)
→ De hoofdvormen van het werkwoord en de vorming van de werkwoordstijden (tempora)
→ De werkwoordstijden van de indicatief (aantonende wijs)
In verzorgde schrijftaal staat een voltooid deelwoord bij voorkeur vooraan of achteraan in de werkwoordelijke eindgroep. De werkwoordelijke eindgroep is de opeenvolging van werkwoordsvormen aan het eind van een hoofd- of bijzin. De persoonsvorm van een hoofdzin maakt nooit deel uit van de werkwoordelijke eindgroep. In de onderstaande voorbeelden is de werkwoordelijke eindgroep telkens cursief en het voltooid deelwoord vet gezet.
| liever niet |
maar wel |
| Max zei dat hij het zo zou gedaan hebben. |
Max zei dat hij het zo gedaan zou hebben. Max zei dat hij het zo zou hebben gedaan. |
| Ik zou het zelf zo willen gezegd hebben. |
Ik zou het zelf zo gezegd willen hebben. Ik zou het zelf zo willen hebben gezegd. |
| Ik denk dat ze moeten verzorgd worden. |
Ik denk dat ze verzorgd moeten worden. Ik denk dat ze moeten worden verzorgd. |
| Zij zullen moeten verzorgd worden. |
Zij zullen verzorgd moeten worden. Zij zullen moeten worden verzorgd. |
In gesproken taal is het niet zo storend als u het voltooid deelwoord in het midden van de werkwoordelijke eindgroep plaatst, maar in verzorgde schrijftaal kunt u beter het bovenstaande principe toepassen.
Niet-werkwoordelijke elementen zetten we in verzorgde schrijftaal bij voorkeur niet tussen de delen van een werkwoordelijke eindgroep. U kunt niet-werkwoordelijke elementen altijd vlak vóór de werkwoordelijke eindgroep plaatsen. In de onderstaande voorbeelden is de werkwoordelijke eindgroep telkens cursief en het niet-werkwoordelijk deel vet gezet.
| liever niet |
maar wel |
| Janne had beloofd dat ze zou aanwezig zijn. |
Janne had beloofd dat ze aanwezig zou zijn. |
| Ik weet niet hoeveel mensen er nog zouden toestemming krijgen. |
Ik weet niet hoeveel mensen er nog toestemming zouden krijgen. |
| Ze zullen pas morgen kunnen op reis gaan. |
Ze zullen pas morgen op reis kunnen gaan. |
| Sergey vroeg of hij dat mocht op zijn eentje doen. |
Sergey vroeg of hij dat op zijn eentje mocht doen. |
| Dat is iets waar ik liever niet wil op reageren. |
Dat is iets waar ik liever niet op wil reageren. Dat is iets waarop ik liever niet wil reageren. |
| Dat is iets waar ik niet hoef op te reageren. |
Dat is iets waar ik niet op hoef te reageren. Dat is iets waarop ik niet hoef te reageren. |
In gesproken taal is het niet zo storend als u de werkwoordelijke eindgroep doorbreekt door er een niet-werkwoordelijk element in op te nemen, maar in verzorgde schrijftaal kunt u beter het bovenstaande principe toepassen.
Het eerste deel van een scheidbaar samengesteld werkwoord, bijvoorbeeld af van afnemen, behoort tot de werkwoordelijke eindgroep. Als het van het werkwoord gescheiden wordt, staat het bij voorkeur helemaal vooraan in de eindgroep. In geschreven taal komt de gescheiden volgorde minder vaak voor dan in gesproken taal.
| liever niet |
maar wel |
| Ernie vond dat hij Bert dat speelgoed had af moeten nemen. |
Ernie vond dat hij Bert dat speelgoed af had moeten nemen. Ernie vond dat hij Bert dat speelgoed had moeten afnemen. |
| Philomena zei dat Rosa haar had uit zitten schelden. |
Philomena zei dat Rosa haar uit had zitten schelden. Philomena zei dat Rosa haar had zitten uitschelden. |
| Louise zei dat ik de bestelling had terug moeten sturen. |
Louise zei dat ik de bestelling terug had moeten sturen. Louise zei dat ik de bestelling had moeten terugsturen. |
Taaladvies.net
→ Werkwoordvolgorde in werkwoordgroepen: groepen van twee werkwoorden (algemeen)
→ Werkwoordvolgorde in werkwoordgroepen: groepen van drie of meer werkwoorden (algemeen)
Als benaming voor de windrichting schrijven we westen met een kleine letter.
- Er staat een matige tot vrij krachtige wind uit het westen.
- Het vliegtuig verdween van de radar op ongeveer 80 kilometer ten westen van de Zweedse stad Kiruna.
- Het westen van Rusland kreunt onder een ongeziene hittegolf.
We schrijven Westen met een hoofdletter als we er een geografisch, economisch of politiek gebied mee bedoelen. Het Westen wordt dan als een aardrijkskundige naam beschouwd. De betekenis is afhankelijk van de context: het Westen kan onder meer verwijzen naar West-Europa en Noord-Amerika samen (dikwijls in de vaste combinatie het rijke Westen). Ook het Verre Westen (het meest westelijke deel van Noord-Amerika) en het Wilde Westen (het westelijke deel van Noord-Amerika in de tweede helft van de negentiende eeuw) worden als aardrijkskundige benamingen beschouwd.
- Het Westen is niet voorbereid op een nieuwe financiële crisis.
- Moet het rijke Westen opkomende economieën zoals China financieel steunen bij hun klimaatbeleid?
- Op het ansichtkaartje stond: 'We voelen ons als cowboys in het Wilde Westen!'
- Een van de presidentskandidaten komt uit het Verre Westen.
In samengestelde aardrijkskundige namen schrijven we West- met een hoofdletter: West-Vlaanderen, West-Amerika, West-Duitsland, West-Europa. De afleidingen westers en westelijk worden met een kleine letter geschreven, tenzij ze deel uitmaken van een eigennaam.
- In de westelijke stad Nantes hebben Franse rechters geprotesteerd tegen de president.
- In de westerse wereld is rokerslong de derde doodsoorzaak.
- Israël heeft drie buitenposten op de Westelijke Jordaanoever als nederzetting bestempeld.
Taaltelefoon
→ Spellingsregels: Aardrijkskundige namen
Woordenlijst.org - officiële spelling
→ Leidraad: Benamingen van plaatsen, windstreken, talen, volkeren
Taaladvies.net
→ Noorden (in het - van het taalgebied) (hoofdletter?)
→ Westen (het rijke -) (hoofdletter?)
De afleidingen westers en westelijk worden met een kleine letter geschreven, tenzij ze deel uitmaken van een eigennaam.
- In de westerse wereld is rokerslong de derde doodsoorzaak.
- De westerse landen zullen de sancties versoepelen.
- De Bijbel ligt mee aan de oorsprong van de westerse beschaving.
- In de westelijke stad Nantes hebben Franse rechters geprotesteerd tegen de president.
- Israël heeft drie buitenposten op de Westelijke Jordaanoever als nederzetting bestempeld.
Taaltelefoon
→ Spellingsregels: Aardrijkskundige namen
Woordenlijst.org - officiële spelling
→ Leidraad: Benamingen van plaatsen, windstreken, talen, volkeren
Taaladvies.net
→ Noorden (in het - van het taalgebied) (hoofdletter?)
→ Westen (het rijke -) (hoofdletter?)
Zowel wie is als wie zijn is correct. Als het vragend voornaamwoord wie onderwerp is, staat de persoonsvorm doorgaans in het enkelvoud, ook als het om meer dan één persoon of dier gaat.
- Wie is er ziek? (bijvoorbeeld mijn zoon)
- Wie maakt er zoveel lawaai? (bijvoorbeeld de honden van de buren)
- Wie moet de subsidieaanvraag invullen? (bijvoorbeeld alle organisaties die gesubsidieerd willen worden)
Als vaststaat dat het om meer personen gaat, is de meervoudsvorm ook mogelijk.
- Wie is / zijn dat op de foto's?
- Wie wil / willen er allemaal meegaan?
Algemene Nederlandse Spraakkunst (ANS)
→ Het gebruik van wie
Wiens en wier zijn oude naamvalsvormen die een bezitsrelatie uitdrukken. Ze betekenen 'van wie'. Wiens wordt gebruikt om terug te verwijzen naar een mannelijke persoon enkelvoud, wier om terug te verwijzen naar een vrouwelijke persoon enkelvoud en naar een meervoud: de jongen wiens fiets werd gestolen; het meisje wier fiets werd gestolen; de kinderen wier fiets werd gestolen.
Wiens en wier behoren tot het formele taalgebruik. Het is vlotter en gewoner om van wie te gebruiken.
- De jongen van wie de fiets werd gestolen.
- Het meisje van wie de fiets werd gestolen.
- De kinderen van wie de fiets werd gestolen.
Naast van wie is ook waarvan mogelijk. Waarvan wordt als een informelere vorm beschouwd: de jongen waarvan de fiets werd gestolen enzovoort.
Taaladvies.net
→ Wiens / wier (de vrouw - auto)
→ Wie z'n / wiens
→ Waarmee / met wie (de mensen - ik samenwerk)
Zowel wie zijn als wie is is correct. Als het vragend voornaamwoord wie onderwerp is, staat de persoonsvorm doorgaans in het enkelvoud, ook als het om meer dan één persoon of dier gaat.
- Wie is er ziek? (bijvoorbeeld mijn zoon)
- Wie maakt er zoveel lawaai? (bijvoorbeeld de honden van de buren)
- Wie moet de subsidieaanvraag invullen? (bijvoorbeeld alle organisaties die gesubsidieerd willen worden)
Als vaststaat dat het om meer personen gaat, is de meervoudsvorm ook mogelijk.
- Wie is / zijn dat op de foto's?
- Wie wil / willen er allemaal meegaan?
Algemene Nederlandse Spraakkunst (ANS)
→ Het gebruik van wie
In zakelijke brieven en e-mails kunt u naar uzelf verwijzen met ik of met wij. Welke vorm u het beste kunt kiezen, hangt af van de situatie. Meestal schrijft u namens de organisatie of het bedrijf waarvoor u werkt. In dat geval heeft wij de voorkeur. Als u iets schrijft dat alleen op uzelf betrekking heeft, schrijft u ik. Ik en wij kunnen in één tekst op een functionele manier afgewisseld worden.
Taaladvies.net
→ Ik / wij in bedrijfscorrespondentie
Het is aanbevolen om in vergelijkingen de vorm wij te gebruiken na dan en als. U kunt die vorm vinden door de zin aan te vullen met een werkwoordsvorm. Bijvoorbeeld: Zij zijn jonger dan wij (zijn), en niet Zij zijn jonger dan ons (zijn)*.
- Zij zijn jonger dan wij.
- Jullie hebben een andere auto dan wij.
- Zij is even blij als wij.
- Stijn is (net) zo belangrijk als wij.
- Koen verdient evenveel als hij.
- Zij denken hetzelfde als wij.
Na zoals heeft de vorm wij de voorkeur. U kunt die vorm ook in dit geval vinden door de zin aan te vullen met een werkwoordsvorm. Bijvoorbeeld: Zij zijn niet zoals wij (zijn), en niet Zij zijn niet zoals ons (zijn)*.
- Zij zingen niet zoals wij.
- Ze zijn op zoek naar acteurs zoals wij.
Bij werkwoorden die een oordeel of waardering uitdrukken – zoals vinden, appreciëren, achten – is zowel wij als ons mogelijk, maar dan is er een betekenisverschil.
- Zij apprecieert jullie meer dan wij. (= meer dan wij jullie appreciëren)
- Zij apprecieert jullie meer dan ons. (= meer dan ze ons apprecieert)
- Zij apprecieert jullie niet zoals wij. (= zoals wij jou appreciëren)
- Zij apprecieert jullie niet zoals ons. (= zoals ze ons apprecieert)
Taaladvies.net
→ Jij / jou (als ik - was)
→ Zoals hem / zoals hij
→ Behalve ons / behalve wij
→ Tussen X en zij / hen die ...
Voor het onderwerp van een zin kunnen we zowel we als wij gebruiken. Het is aan te bevelen om daarvoor zo veel mogelijk de gereduceerde vorm we te gebruiken. Overmatig gebruik van de volle vorm wij maakt zowel gesproken als geschreven taal onnatuurlijk. In zakelijke teksten zoals rapporten, brieven en e-mails is het dus af te raden om uitsluitend de vorm wij te schrijven om naar uzelf of naar uw organisatie te verwijzen.
- We (wij) komen in onze klas.
- Hebben we (wij) die facturen al betaald?
- (in een zakelijke brief) We hebben uw klacht onderzocht en we zijn tot het besluit gekomen dat we u voor het volledige bedrag van de onkosten kunnen vergoeden.
Als het persoonlijk voornaamwoord klemtoon moet krijgen, bijvoorbeeld om een contrast uit te drukken, is alleen wij mogelijk.
- Moeten wíj nu in die klas komen, of komt er toch iemand anders?
- Niet wij maar zij beslissen daarover.
Taaladvies.net
→ Volle en gereduceerde vormen van persoonlijke en bezittelijke voornaamwoorden (algemeen)
Het werkwoord willen geven we in de derde persoon enkelvoud geen -t: hij wil, wil hij. De vorm hij wilt* (of wilt hij*) is niet correct.
Bij de meeste werkwoorden bestaat de derde persoon enkelvoud van de tegenwoordige tijd uit de stam + de uitgang -t : hij vindt, hij racet, ze bevestigt, ze deletet, het hagelt, het sneeuwt. De onregelmatige werkwoorden willen, kunnen, zullen en mogen zijn daarop een uitzondering. De vorm voor de derde persoon enkelvoud is bij die werkwoorden gelijk aan die voor de eerste persoon: hij kan, hij zal, hij mag, hij wil.
Taaltelefoon
→ In duidelijk Nederlands: Vervoeging van werkwoorden
Taaladvies.net
→ Hij wilt / wil
Vervoeging:
- ik wil, je wilt / wil, u wilt / wil, hij wil, wij willen
- ik wilde / wou, wij wilden
- ik heb gewild
Bij de je/jij- en de u-vorm is er vaak twijfel over de keuze tussen wilt en wil. Je wilt en je wil zijn allebei correct. Hetzelfde geldt voor u wilt en u wil. De vorm wilt is de neutrale vorm in geschreven taal: je wilt, wil je, u wilt, wilt u. In België is in gesproken taal ook de vorm wil neutraal; in Nederland wordt die als informeel beschouwd: je wil, u wil, wil u. Als je de betekenis van men heeft, zijn beide vormen gelijkwaardig. Bijvoorbeeld: Je wilt / wil zoiets toch niet weigeren?
De neutrale vorm wilt komt overeen met de vorm die ook bij ge/gij wordt gebruikt: ge wilt.
Vergelijkbare werkwoorden zijn kunnen en zullen: je kunt / je kan, u kunt / u kan, je zult / je zal, u zult / u zal.
Taaltelefoon
→ In duidelijk Nederlands: Vervoeging van werkwoorden
Taaladvies.net
→ Je kan / kunt
→ U wil, zal, kan / wilt, zult, kunt
Voor het enkelvoud zijn wilde en wou allebei correcte verledentijdsvormen.
Voor het meervoud is wilden de correcte verledentijdsvorm. In de spreektaal wordt voor het meervoud weleens wouden of wouen gebruikt, maar in verzorgd taalgebruik kunt u die vormen beter vermijden.
Taaladvies.net
→ Wilde / wou, wilden / wouen
Benamingen voor windrichtingen schrijven we met een kleine letter.
- Eergisteren is ten noorden van Brussel een vliegtuigje neergestort.
- In het oosten van Congo komt het al jaren tot gewelddadigheden tussen het leger en rebellengroepen.
- Vooral ten zuiden van de Samber en de Maas blijft de sneeuw liggen.
- Er staat een matige tot vrij krachtige wind uit het westen tot noordwesten.
We schrijven Noorden, Oosten, Zuiden en Westen met een hoofdletter als we er een geografisch, economisch of politiek gebied mee bedoelen. Noorden, Oosten, Zuiden of Westen wordt dan als een aardrijkskundige naam beschouwd. De betekenis is afhankelijk van de context.
- Brugge wordt ook wel het Venetië van het Noorden genoemd. (= de noordelijke landen van Europa)
- Het boek werpt een blik op eerlijke handel, het broeikaseffect en de kloof tussen het Noorden en het Zuiden. (= de ontwikkelde landen en de ontwikkelingslanden)
- We zullen het vandaag hebben over de invloed van het Oosten op de westerse klassieke muziek. (= Azië)
- Het rijke Westen is niet voorbereid op een nieuwe financiële crisis. (= West-Europa en Noord-Amerika samen)
Noorden, Oosten, Zuiden en Westen krijgen ook een hoofdletter in een aantal vaste combinaties.
- het Hoge Noorden, het Verre Oosten, het Nabije Oosten, het Midden-Oosten, het Verre Westen, het Wilde Westen
In samengestelde aardrijkskundige namen schrijven we namen van windstreken met een hoofdletter.
- Noord-Afrika, Oost-Vlaanderen, Zuidwest-Vlaanderen (het zuidwesten van Vlaanderen), Zuid-West-Vlaanderen (het zuiden van West-Vlaanderen), Zuid-Amerika, West-Europa
De afleidingen noords, noordelijk, oosters, oostelijk, westers, westelijk, zuiders en zuidelijk worden met een kleine letter geschreven, tenzij ze deel uitmaken van een eigennaam.
- Spanje warmt sneller op dan de rest van het noordelijk halfrond.
- Er waait een oosterse wind door de modewereld.
- Na de overval vluchtten de daders in zuidelijke richting.
- Laâyoune is de voornaamste stad van de Westelijke Sahara.
Taaltelefoon
→ Spellingsregels: Aardrijkskundige namen
Woordenlijst.org - officiële spelling
→ Leidraad: Benamingen van plaatsen, windstreken, talen, volkeren
Taaladvies.net
→ Noorden (in het - van het taalgebied) (hoofdletter?)
→ Westen (het rijke -) (hoofdletter?)
→ zuidwest-Den Haag / Zuidwest-Den Haag
→ Noordoost-Vlaanderen / Noord-Oost-Vlaanderen
Winteruur is standaardtaal in België. Standaardtaal in het hele taalgebied is wintertijd. Hetzelfde geldt voor zomeruur - zomertijd.
Taaladvies.net
→ Zomeruur / zomertijd
Benamingen van schoolvakken, opleidingsonderdelen, vakgebieden en specialismen schrijven we met een kleine letter, behalve wanneer woorden volgens de spellingregels met een hoofdletter geschreven moeten worden, zoals namen van talen.
- het vak wiskunde, de les economie, orthopedagogiek
- Grieks, Engels, het vak Amerikaanse geschiedenis
- Katleen heeft gisteren wiskunde gestudeerd.
- Joris heeft zich gespecialiseerd in intensieve zorg.
In een schoolagenda, schoolrapport of curriculum, waarin vakken of opleidingsonderdelen onder elkaar opgesomd staan, schrijven we meestal alle namen met een beginhoofdletter. We doen dat dan omdat de namen in een lijst staan.
In titels en academische graden worden de vakgebieden en specialismen ook klein geschreven.
- Katleen is bachelor in de wiskunde.
- Joris studeert voor master in de wiskundige informatica.
- Els is doctor in de ingenieurswetenschappen.
De officiële benamingen van studierichtingen en opleidingen worden als eigennamen beschouwd en met hoofdletters geschreven.
- de studie Wiskunde, de leerlingen van de richting Wetenschappen-Wiskunde, de opleiding Geneeskunde, de bachelor(opleiding) Wiskunde, de master(opleiding) Journalistiek, studenten van de opleiding Algemene Economie
- Sara studeert Algemene Letteren.
Benamingen van vakgebieden en specialismen krijgen ook een hoofdletter als ze officiële aanduidingen voor een subentiteit van een organisatie zijn, bijvoorbeeld van een universiteit of een ziekenhuis.
- de vakgroep Wiskunde, de afdeling Kunstgeschiedenis, de afdeling Intensieve Zorg
- An studeert aan de faculteit Geneeskunde en Farmacie van de VUB.
Taaladvies.net
→ Studierichting Toegepaste Taalwetenschap (hoofdletters?)
's Woensdags en woensdags zijn allebei correct, zonder verschil in betekenis.
's Woensdags is gebruikelijker dan woensdags.
- 's Woensdags / Woensdags gaat zij naar de kapper.
Op woensdag en elke woensdag zijn ook goed.
Taaladvies.net
→ Zaterdags / 's zaterdags, zondags / 's zondags
De zelfstandige naamwoorden worden traditioneel verdeeld in vrouwelijke, mannelijke en onzijdige woorden. Vrouwelijke en mannelijke zelfstandige naamwoorden zijn de-woorden; onzijdige zelfstandige naamwoorden zijn het-woorden. Dat het grammaticale geslacht kan afwijken van het biologische geslacht, blijkt uit het feit dat levende wezens ook aangeduid kunnen worden door het-woorden, bijvoorbeeld het meisje, het kind en het paard.
Het onderscheid tussen mannelijke en vrouwelijke de-woorden wordt in België nog in sterkere mate gemaakt dan in Nederland, waar veel oorspronkelijk vrouwelijke woorden nu als mannelijke woorden worden gebruikt. Daarom mogen veel de-woorden zowel vrouwelijk als mannelijk worden opgevat; bij die woorden wordt in de woordenboeken alleen het lidwoord de vermeld. Daarnaast zijn er ook de-woorden die uitsluitend mannelijk of uitsluitend vrouwelijk zijn. Achter woorden die alleen mannelijk zijn, staat in de woordenboeken de (m.). Bij woorden die alleen vrouwelijk zijn, wordt de (v.) vermeld. Een kleiner aantal woorden kan – al dan niet met betekenisverschil – zowel de-woord als het-woord zijn.
Taaladvies.net
→ Termenlijst: Woordgeslacht
→ Cluster (de / het -)
→ Idee (de / het -)
→ Matras (het / de -)
→ Modem (de / het -)
→ Nuclide (de / het -)
→ Deze keer / dit keer, deze maal / ditmaal
Algemene Nederlandse Spraakkunst (ANS)
→ Genus (grammaticaal geslacht)
Een woordspeling is het bewust gebruiken van de dubbele betekenissen van een woord(combinatie), meestal met het oog op een grappig effect.
- Drink met maten, nooit alleen.
- Vegetariërs met ijzertekort snijden in eigen vlees.
- Landbouwsector boert achteruit.
Taaltelefoon
→ In duidelijk Nederlands: Expressief taalgebruik
Taaladvies.net
→ Woordspeling
Er is vaak verwarring over de spelling van -d of -dt bij de tegenwoordige tijd van werkwoorden waarvan de stam op een -d eindigt, zoals worden en vinden.
Er is een eenvoudig trucje om te achterhalen of u -d of -dt moet schrijven: vergelijk met een werkwoord waarvan de stam niet op een -d eindigt – bijvoorbeeld lopen – en spel het op dezelfde manier.
- ik word, zoals ik loop
- word ik, zoals loop ik
- je/jij wordt, zoals je/jij loopt
- word je/jij, zoals loop je/jij
- Wordt je vader ook aangehouden?, zoals Blijft je vader ook aangehouden?
- u wordt, zoals u loopt
- wordt u, zoals loopt u
- hij wordt, zoals hij loopt
- wordt hij, zoals loopt hij
- word lid, zoals blijf lid
Taaltelefoon
→ Spellingsregels: Werkwoorden
Woordenlijst.org - officiële spelling
→ Leidraad: Werkwoorden
Taaladvies.net
→ D, t, dt
De correcte spelling is wordt vervolgd.
Wordt vervolgd is een onvolledige zin, die vaak aan het eind van een aflevering van een reeks te vinden is. Het onderwerp is weggelaten om de zin zo beknopt mogelijk te houden. De lezer denkt er, afhankelijk van de context, vanzelf het juiste onderwerp bij: Dit feuilleton / Deze reeks / Dit verhaal (...) wordt vervolgd. De stam word krijgt er een -t bij omdat bij het weggelaten onderwerp een persoonsvorm in de derde persoon enkelvoud hoort.
Taaladvies.net
→ Word vervolgd / wordt vervolgd
Strikt genomen moet de persoonsvorm in de onderstaande zin in het enkelvoud staan, maar het gebruik van het meervoud wordt niet meer als fout beschouwd.
- De bewoners wordt / worden erop gewezen dat roken in de trappenhal verboden is.
In de bovenstaande zin wordt de persoonsvorm vaak in het meervoud gezet omdat de bewoners voor het onderwerp wordt aangezien. Dat komt doordat dat zinsdeel op de eerste zinsplaats staat. Als u het woordje er vooraan zet, blijkt dat alleen het enkelvoud mogelijk is en de bewoners dus eigenlijk niet het onderwerp kan zijn: Er wordt de bewoners op gewezen dat roken in de trappenhal verboden is. Als er niet op de eerste zinsplaats staat, ervaren de meeste taalgebruikers in de bovenstaande zin de meervoudsvorm niettemin ook als correct.
Taaladvies.net
→ Congruentieproblemen met een als onderwerp gevoeld meewerkend voorwerp (algemeen)
→ Verzocht (reizigers worden / wordt -)
→ Wijzen op (de kandidaten worden / wordt erop gewezen dat …)
Strikt genomen moet de persoonsvorm in de onderstaande zinnen in het enkelvoud staan, maar het gebruik van het meervoud wordt niet meer als fout beschouwd.
- De deelnemers wordt / worden verzocht zo snel mogelijk te antwoorden.
- De bewoners wordt / worden aangeraden ramen en deuren dicht te houden.
In de bovenstaande zinnen wordt de persoonsvorm vaak in het meervoud gezet omdat de deelnemers en de bewoners voor het onderwerp worden aangezien. Dat komt doordat die zinsdelen op de eerste zinsplaats staan. Als u die zinsdelen laat voorafgaan door het voorzetsel aan, wordt het duidelijk dat ze eigenlijk geen onderwerp maar meewerkend voorwerp zijn: Aan de deelnemers wordt verzocht zo snel mogelijk te antwoorden; Aan de bewoners werd aangeraden ramen en deuren dicht te houden. Het onderwerp is datgene wat wordt verzocht en aangeraden, namelijk zo snel mogelijk te antwoorden en ramen en deuren dicht te houden. Hoewel dus strikt genomen alleen een enkelvoudige persoonsvorm juist is, ervaren de meeste taalgebruikers in de bovenstaande zinnen ook de meervoudsvorm als correct.
Taaladvies.net
→ Congruentieproblemen met een als onderwerp gevoeld meewerkend voorwerp (algemeen)
→ Verzocht (reizigers worden / wordt -)
→ Wijzen op (de kandidaten worden / wordt erop gewezen dat …)
De correcte spelling is Wordtekst. Voor de duidelijkheid kunt u een koppelteken achter Word zetten: Word-tekst. In een samenstelling als Wordtekst is zo'n facultatief koppelteken niet echt nodig, maar het kan wel, bijvoorbeeld om de merknaam beter te laten uitkomen.
Taaltelefoon
→ Spellingsregels: Eigennamen
Woordenlijst.org - officiële spelling
→ Leidraad: Woordgroep in samenstelling