ga naar de navigatie ga naar de inhoud

Opgelet!Schijnbaar begrijpt uw browser geen Cascading Style Sheets of u hebt e ondersteuning voor CSS uitgeschakeld. Dat is niet erg, maar besef dat u momenteel een andere lay-out ziet dan de ontwerpers van deze site bedacht hebben.

078 15 20 25
 

Leidraad

De Taaltelefoon wil beredeneerd en gemotiveerd taaladvies geven. De informatiebronnen en naslagwerken voor de Nederlandse taal spelen daarbij een voorname rol. De medewerkers van de Taaltelefoon gebruiken de onderstaande principes als leidraad.


Taaladvies.net

Taaladvies.net, de taaladviesvoorziening van de Nederlandse Taalunie, geldt als referentie voor alle taaladvieskwesties. Als op basis daarvan geen advies gegeven kan worden, verstrekt de Taaltelefoon advies aan de hand van de hieronder vermelde referentienaslagwerken. Als ook op basis daarvan geen eenduidig of volledig advies gegeven kan worden, geeft de dienst een beredeneerd advies op basis van andere gespecialiseerde bronnen en naslagwerken en corpusonderzoek.

In de rubriek Gids vindt u een thematisch overzicht van de belangrijkste naslagwerken en internetbronnen die de Taaltelefoon gebruikt bij de advisering.


Spelling

De Taaltelefoon gebruikt de Woordenlijst Nederlandse Taal (het Groene Boekje) en de bijbehorende Leidraad als spellingnorm. Deze woordenlijst is de officiële spelling zoals de Nederlandse Taalunie die in 2005 in het kader van het Taalunieverdrag heeft vastgelegd. De spelling volgens de Woordenlijst Nederlandse Taal is verplicht bij de overheid en het onderwijs (artikel 3 en 4 van het decreet van 20 november 1972 tot vaststelling van de officiële spelling en spraakkunst van de Nederlandse taal, gewijzigd bij het decreet van 19 april 1995).

Voor de schrijfwijze van buitenlandse aardrijkskundige namen is de landenlijst met buitenlandse aardrijkskundige namen in het Nederlands van de Nederlandse Taalunie de belangrijkste referentie.


Uitspraak

Er is een consensus dat de uitspraaknorm in Vlaanderen van de Nederlandse verschilt en dat er in Vlaanderen geen behoefte bestaat om de Nederlandse te volgen. Algemeen wordt aangenomen dat de uitspraak van journalisten in nieuwsuitzendingen en andere informatieve programma's van de VRT geldt als referentie voor de norm in Vlaanderen.

Op dit moment zijn er twee belangrijke referentiewerken voor de uitspraak: het Uitspraakwoordenboek van Heemskerk en Zonneveld (2000) en de Grote Van Dale (2005). De cd-romversie van de Grote Van Dale geeft de uitspraak bij uitheemse trefwoorden waarvan de schrijfwijze niet overeenstemt met de uitspraak volgens de Nederlandse uitspraakregels.


Grammatica

Voor de grammatica van het Nederlands is de Algemene Nederlandse Spraakkunst (de ANS, 1997) het belangrijkste naslagwerk. Alle vormen en constructies die de ANS als niet algemeen aanvaard beschrijft, behoren in principe niet tot de standaardtaal. Dat zijn alle vormen en voorbeeldzinnen die in de ANS gelabeld zijn. De labels 'formeel', 'informeel' en 'regionaal' verwijzen met andere woorden naar vormen die de ANS niet tot de standaardtaal rekent. Ook de niet-gelabelde twijfelgevallen waarover de ANS in de tekst een negatief advies uitspreekt, maken geen deel uit van de standaardtaal.


Woordgebruik

Taaladvies.net

De Taaltelefoon sluit zich aan bij de definitie van standaardtaal zoals die op Taaladvies.net staat:

"We verstaan onder de standaardtaal het Nederlands dat algemeen bruikbaar is in het publieke domein, d.w.z. in alle belangrijke sectoren van het openbare leven, zoals het bestuur, de administratie, de rechtspraak, het onderwijs en de media. Anders uitgedrukt: standaardtaal is het Nederlands dat algemeen bruikbaar is in contacten met mensen buiten de eigen vertrouwde omgeving (in zogenaamde secundaire relaties). Woorden, uitdrukkingen, uitspraakvormen of constructies die standaardtaal zijn, zijn dus in principe zonder problemen bruikbaar in de genoemde sectoren en situaties."

Ook binnen de standaardtaal bestaat variatie, die vaak geografisch of stilistisch bepaald is. Geografische variatie binnen de standaardtaal is duidelijk merkbaar tussen België en Nederland. Voor het grootste deel is de standaardtaal in België en Nederland identiek, maar het behoeft geen betoog dat er ook verschillen zijn. Hoewel veel van die verschillen meteen in het oog springen, staan ze een principiële eenheid van het taalgebied niet in de weg. De verschillen zijn vaak gradueel, maar in een aantal gevallen komen er varianten voor die ofwel alleen maar in België ofwel alleen maar in Nederland tot de standaardtaal gerekend kunnen worden. Taaladvies.net hanteert daarvoor de labels 'standaardtaal in België' en 'standaardtaal in Nederland'. Voor de definities daarvan sluit de Taaltelefoon zich aan bij Taaladvies.net. De definitie van 'standaardtaal in België' luidt als volgt:

"We verstaan onder de standaardtaal in België het Nederlands dat algemeen bruikbaar is in het publieke domein in België, d.w.z. in alle belangrijke sectoren van het openbare leven, zoals het bestuur, de administratie, de rechtspraak, het onderwijs en de media. Anders uitgedrukt: standaardtaal in België is het Nederlands dat algemeen bruikbaar is binnen België in contacten met mensen buiten de eigen vertrouwde omgeving (in zogenaamde secundaire relaties). Woorden, uitdrukkingen, uitspraakvormen of constructies die standaardtaal zijn, zijn dus in principe zonder problemen bruikbaar in de genoemde sectoren en situaties."

Gedetailleerdere informatie vindt u in de tekst 'Wat is standaardtaal?' op Taaladvies.net.

Grote Van Dale

Een andere belangrijke referentie voor het woordgebruik is de 14e druk van Van Dale Groot woordenboek van de Nederlandse taal (2005). De Grote Van Dale heeft verfijnde labels om woorden en uitdrukkingen die niet in de standaardtaal in Nederland voorkomen, te markeren. De Taaltelefoon interpreteert die labels volgens de onderstaande principes.

Woorden uit het geïnstitutionaliseerde, min of meer officiële taalgebruik in Vlaanderen en België behoren tot de standaardtaal. Voor woorden zoals wafelijzerpolitiek, alarmbelprocedure, taalpariteit, reaffectatie en schepen bestaan geen Nederlandse equivalenten, en als ze bestaan, worden de equivalente woorden alleen in Nederland gebruikt. In Van Dale zijn die woorden niet gelabeld, maar blijkt het Belgische karakter van de woorden uit de definitie. Dat geldt ook voor typisch Vlaamse woorden als geuzelambiek, mattentaart.

Woorden en uitdrukkingen die Van Dale van het label 'algemeen Belgisch-Nederlands' voorziet, behoren in principe tot de standaardtaal in België. Voorbeelden: croque-monsieur, onthaalmoeder, aanwervingsstop, met een baksteen in de maag geboren zijn, een maat voor niets. De Taaltelefoon meldt bij deze Belgisch-Nederlandse woorden en uitdrukkingen dat ze tot de standaardtaal in Vlaanderen behoren, maar dat ze voor taalgebruikers in Nederland of in een internationale context niet of minder gebruikelijk zijn en daardoor soms tot communicatieproblemen kunnen leiden. Hetzelfde geldt voor de communicatie met anderstaligen die Nederlands spreken of leren. De Taaltelefoon geeft, indien mogelijk, alternatieven voor deze algemeen Belgisch-Nederlandse woorden en uitdrukkingen.

Woorden waarbij Van Dale naast het label 'Belgisch-Nederlands' nog andere labels als 'spreektaal', 'niet algemeen', 'ambtelijke taal', 'verouderd', 'gewestelijk' of 'puristisch' vermeldt, behoren niet tot de standaardtaal in België. Voorbeelden: gebuur in plaats van buur, valling voor verkoudheid, pateeke voor gebakje, nonkel voor oom, achterkeuken voor bijkeuken.

Woorden en uitdrukkingen die niet over heel Vlaanderen bekend en gebruikelijk zijn, behoren niet tot de standaardtaal. Ze staan niet in het woordenboek of krijgen in Van Dale het label 'gewestelijk'. Voorbeelden: keet voor duivenhok, voiture voor rijtuig of auto.

Woorden en uitdrukkingen die volgens de bovengenoemde principes buiten de standaardtaal vallen, kunnen om stilistische redenen in de context van de standaardtaal te verdedigen zijn. Dat is bijvoorbeeld geregeld het geval in literaire teksten, in persoonlijker stukken in de journalistiek en in informele spreektaal. De Taaltelefoon wil recht doen aan deze variatie en rijkdom die het Nederlands te bieden heeft. Adviezen in verband met stijl, gevoelswaarde, register en genre vormen daarom een wezenlijk onderdeel van de advisering. De Taaltelefoon wil op die manier niet alleen bijdragen aan de verdere ontwikkeling van het zakelijke gebruik van de geschreven standaardtaal maar ook aan een rijker gebruik van de gesproken standaardtaal. In dit verband is het van belang oog te hebben voor de doelgroep en de context. Voor een ambtelijke of journalistieke tekst met een internationale doelgroep is het gebruik van de standaardtaal veel belangrijker dan voor een toespraak die iemand voor een lokale vereniging houdt.

Pagina afdrukkenTip een collega over deze pagina
Gepubliceerd op 6 maart 2009. Laatst gewijzigd op 13 april 2010